Klimwand CODA voor het laatst bedwongen door lenige veteraan uit sieradenland: Paul Derrez

2015 Paul Derrez Schmuck München photo-2-900x1200
Willem Hoogstede en Paul Derrez op Schmuck te München, maart 2015 (foto: Michael Collins, Chrome Yellow Books)

Hoe saai en belegen Apeldoorn voor een randstedeling mag lijken; museum CODA is vitaal en bruist op dit moment met verschillende tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars. Tot en met 17 januari 2016 is de tentoonstelling Paul Derrez, maker te zien, ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. Daarnaast zijn er solo’s van sieraadontwerper Sophie Hanagarth en fotograaf/schilder Teun Hocks; een meer dan uitstekend alibi voor een bezoek aan Apeldoorn.

De overzichtstentoonstelling van sieraadontwerper en zilversmid Paul Derrez (1950) is meteen ook de laatste gelegenheid de originele vitrines van Herman Hertzberger (de architect van CODA) uit 2004 te zien. De 33,8 meter lange vitrine staat onder inrichters bekend als de klimwand, vanwege de beperkte toegangen en minimale bewegingsruimte en wordt om die redenen na Paul Derrez, maker gesloopt. Derrez bedwingt de klimwand dus als laatste en doet dat voor een tweede keer met een enorme lenigheid. Twee jaar eerder al toonde hij er -samen met zijn man Willem Hoogstede- zijn schatten als verzamelaar van sieraden.

De overzichtstentoonstelling is chronologisch geordend en geeft een vrijwel volledig beeld van het zo goed als tijdloze werk van Derrez als sieraadontwerper en zilversmid. De expositie begint met enige broches in zilver en natuurlijk de welbekende Wisselring (ook veertig geworden dit jaar), die bestaat uit een beugel van zilverdraad waarin telkens een andere kleur perspex kan worden geschoven. Een zeer draagbaar sieraad, dat nog steeds verkrijgbaar is.

De vormentaal van Derrez is helder -meestal geometrisch-, net zoals zijn materiaalgebruik. Zilver en perspex in vele kleuren zijn constanten. Ook paste Derrez kurk toe in zijn werk, totdat op zeker moment schuursponzen goeddeels vervaardigd van kurk uit de winkels verdwenen. Hij maakte er autonome objecten van, gebruiksvoorwerpen, verpakkingen voor sieraden én sieraden. Kort daarna werd het populaire televisieprogramma Kreatief met Kurk gelanceerd. Er schijnt geen verband te bestaan.

De sieraden van Derrez zijn aantrekkelijk voor alle geslachten, al duiken in de jaren ’90 expliciet homo-erotische sieraden op in een serie genaamd Risky business met hangers zoals Face (1994) en Bleeding heart uit 1996 (refererend aan de vele AIDS doden). Rond 2000 wordt deze mannelijkheid gecompenseerd met de zachtere zogeheten Tit-hangers gemaakt van aluminium en nylon. Ook ziet een scherp statement als de broche Pill roulette uit 2003 (verwijzend naar de partydrug- en medicijncultuur) het levenslicht.

De tentoonstelling eindigt met de kragen of colliers (zie foto) uit de vrolijke dotserie. Uit dezelfde serie komt de kleurrijke Dot-brooch die in maart dit jaar te München werd bekroond met de Herbert Hofmann-Preis vanwege onder meer het speelse optimisme.

2015 is een kroonjaar voor Derrez. Hij won -zoals gezegd- de prestigieuze Herbert Hofmann-Preis met zijn feestelijke Dot-brooch en vierde zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. 2016 wordt een volgend kroonjaar; dan bestaat zijn galerie, Galerie Ra (de oudste galerie gespecialiseerd in sieraden in Nederland), veertig jaar. Derrez verdient na(ast) de tentoonstelling een monument als voorvechter van (de) emancipatie (van het sieraad).

Bij de tentoonstelling is een boek verschenen: Paul Derrez, maker, sieraden & objecten 1975-2015.

Een aangepaste versie van dit bericht is eerder gepubliceerd onder de titel CODA eert sieradenontwerper Paul Derrez met expositie op Mr McCool.

Tweede waarschuwing: strijd op Wikipedia

Lullen als Brugman, totnogtoe zonder gehoor, HELP!

Vanaf eind november (2013) ben ik actief op Wikipedia. Meer dan 50 nieuwe lemmata heb ik sinds die tijd geschreven; hoofdzakelijk over (vrouwelijke) sieraadontwerpers, al heb ik ook onder meer Gijs Bakker, Ruudt Peters, Onno Boekhoudt en Evert Nijland nieuw ingebracht. Een tweetal lemma’s is ondertussen verwijderd (Galerie Rob Koudijs en Galerie Louise Smit), omdat het om reclame zou gaan. Een derde, Galerie Ra, staat op de nominatie voor verwijdering. Waarom? Reclame: daar doet Wikipedia niet aan. Lees daarom vooral even het lemma supermarkt en waar u uw boodschappen doet. Hoezo geen reclame op Wikipedia? Waarin verschilt Galerie Ra van Albert Heijn? Het is mij een raadsel.

Bewerkingen kunnen op Wikipedia ongedaan worden gemaakt. Ik heb dat herhaaldelijk gedaan; alleen als delen van mijn bewerkingen ongedaan gemaakt werden, zoals de vermelding van exposities in galeries. Dit ontaardde in een wikiwar (oorlog) en kwam mij op een tweetal waarschuwingen te staan. Een derde waarschuwing is fataal: dan mag ik niet langer schrijven of muteren.

Het kost me onderhand meer tijd te strijden voor het behoud van voornoemde lemmata (en de vermelding ervan met betrekking tot tentoonstellingen in lemmata over sieraadontwerpers) dan het schrijven van een nieuw lemma. Zie daarvoor de (non)discussies gevoerd onder de laatste drie kopjes op mijn overlegpagina (https://nl.wikipedia.org/wiki/Overleg_gebruiker:E.Doornbusch#Galerie_Louise_Smit) en kijk vooral ook even naar de bewerkingsgeschiedenis van het lemma Katja Prins. Op Wikipedia is het kennelijk taboe Galerie Rob Koudijs als tentoonstellingsgelegenheid te noemen (en als je volhardt veroorzaakt dat oorlog, ja). Spijtig en wat mij betreft totaal onzinnig. Graag ontvang ik hulp deze waanzin te bestrijden: meld u aan op Wikipedia en laat weten waarom galeries van onmisbaar belang zijn in de wereld van sieraadontwerpers!

Hieronder treft u mijn laatste verweer aan tegen een Wikipediaan die van mening is dat ik ongewenst en vandalistisch opereer ten aanzien van vermeldingen van exposities in galeries van bijvoorbeeld Galerie Rob Koudijs en Galerie Louise Smit.

Beste Agora,

Helaas lees ik in uw tekst niets anders dan dat de zaken zo zijn omdat u het reeds eerder aan mij zou hebben geschreven; ik vind dat een weinig opbouwend commentaar. Spijtig dat u niet op mijn verweer en vragen in wenst te gaan. En ook spijtig dat u mij voor een tweede keer heeft kunnen laten waarschuwen voor praktijken waar mijns inziens niets mis mee is. Ik maak daartegen bezwaar. Ik wil bijdragen aan Wikipedia en kennisnemen van de mores, maar u lijkt jammergenoeg niet van zins mij wijzer te maken omtrent de regels betreffende de door u aangemerkte ongewenste reclame. Vermelding van tentoonstellingen van kunstenaars in internationaal gerenommeerde galeries hebben weinig van doen met de door u, als een stotterende en zichzelf repeterende hagepreker, aangemerkte bezwaren van ongewenste reclame. Gaat u, of de gemeenschap, ook zo te keer tegen de vermelding van galeries van bijvoorbeeld Charles Saatchi of Paul Andriesse? Of Albert Heijn? Nee? Wat is het verschil met Galerie Rob Koudijs, Galerie Louise Smit of Galerie Ra? Ik zou het graag weten om mij aan de geldende conventies te houden. Nergens (met uitzondering van uw weinig opbouwende commentaren) heb ik kunnen lezen waarom een tentoonstelling in een galerie niet op Wikipedia vermeld zou mogen worden. Ik draag graag op constructieve wijze bij aan Wikipedia op het vlak van sieraadontwerpers en acht daarbij de vermelding van een handvol (Nederlandse) galeries onontbeerlijk. Dat (bestaande) galeries geen eigen lemma mogen hebben vanwege reclame vind ik vervelend, maar kan ik nog begrijpen (al vind ik het trouwens lastig te rijmen met lemmata over nog levende kunstenaars die uiteraard evenzeer een commercieel belang hebben, maar die belangen worden kennelijk, doch gelukkig, wel geaccepteerd op Wikipedia). Ik zie weinig verschil tussen conservator (museum of galerie) en kunstenaar; de één bestaat niet zonder de ander. Dat (bestaande) galeries in het geheel niet op Wikipedia genoemd zouden mogen worden vind ik onaanvaardbaar. Het doet geen recht aan de lemmata over de kunstenaars die soms of vaak dankzij galeries zijn doorgebroken. Die kunstenaars zijn niet zo maar na hun opleiding in museumcollecties terechtgekomen. Het oog en de kennis van de galeriehouder zijn daarbij onontbeerlijk geweest. Dat u dat niet wenst te weten vind ik best, maar het lijkt me sterk dat de gemeenschap daaraan geen enkel belang hecht. Graag zou ik daarom meer stemmen horen uit de gemeenschap dan alleen de uwe, die mij zouden kunnen wijzen op de (on)wenselijkheid van vermelding van tentoonstellingen in galeries. Leren en bijdragen doe ik graag; reacties zijn meer dan welkom!~~~~