Wikisoap IX: spijt & verzet

Bijdragen aan Wikipedia is leuk en leerzaam, nuttig bovendien. Kennis en schoonheid -levensvreugde- delen doe ik graag. Emanciperen vind ik ook belangrijk; er zijn amper vrouwen die bijdragen aan de encyclopedie (slechts circa 5%; Nederland en Vlaanderen scoren laag) en ook het sieraad kan zich in de wereld van de (toegepaste) kunst nog stevig emanciperen.

Omdat ik niet onder stoelen of banken steek dat ik voor het Rijksmuseum werk raakt voortdurend een select groepje gebruikers op Wikipedia (editors) van de leg als ik naar de collectie van mijn werkgever verwijs. Commentaar op mijn bijdragen is weinig vriendelijk van toon; promopraat, spam, klets en belangenverstrengeling, ik zou mij beter niet meer moeien met Wikipedia, zo valt te lezen op diverse overlegpagina’s. Eerder werd ik te vuur en te zwaard bestreden door hetzelfde clubje toen ik nieuwe artikelen schreef over Nederlandse sieradengaleries. Ik zou reclame maken voor commerciële bedrijven, zo luidde het verwijt. Galerie Ra, Galerie Rob Koudijs en Galerie Louise Smit zijn gelukkig nog allemaal terug te vinden op Wikipedia. Dat de sponsoren van Real Madrid per jaar staan vermeld in een keurig overzicht in het artikel van de voetbalclub is appels met peren vergelijken en dat hoort niet. Hoezo gendergap?

Dat ik net zo veel naar digitale collecties van andere musea verwijs als naar die van het Rijksmuseum, maakt kennelijk niet uit. Musea zijn meestal door publieke inspanningen ontstaan (Wikipedia avant la lettre, zou ik willen zeggen) en zijn lange tijd gefinancierd met voornamelijk belastinggeld. Hoe je reclame kunt maken voor cultureel erfgoed dat op dat soort plekken wordt bewaard begrijp ik niet. Ik heb het toch niet over koelkastmagneten?

Totnogtoe hebben al mijn bewerkingen in mijn vrije tijd en op persoonlijke titel plaatsgehad. Mijn eerste jaar bijdragen aan Wikipedia telt zeker duizend uren. Betaald of onder werktijd wikipederen lijkt mij wel wat. Het zou me meer ruimte geven te sparren met collega’s en grotere projecten te realiseren; ik denk aan bijvoorbeeld ICONCLASS en watermerken.

Op de zaak wil ik wel eens oningelogd een tik- of spelfout corrigeren in de encyclopedie, maar verder dan dat ga ik niet. Ik durf niet -echt waar-, uit angst voor nieuwe zeursalvo’s van stalkende Stasi’s onder de Wikipedianen -voor deze woorden krijg ik vast straf; ze overschrijden elke wikiquette-. Denken die lui trouwens echt dat ze Wikipedia verschoond kunnen houden van reclame en betaalde bewerkingen? En dat dat de kwaliteit van de encyclopedie ten goede komt? Reken maar dat grote spelers op allerlei gebied (ik denk aan Apple, politici en automerken) tegen betaling hun artikelen monitoren en laten bijschaven. Tegen dat soort praktijken is geen Wikipediaan opgewassen. Paid editing valt niet te controleren. Mabelgate was leerzaam.

Ik snap niet dat ik als erfgoedprofessional bij voorbaat de schijn tegen heb. Als anonieme leek mag je met een gebruikersnaam als Fluffy2000 of EvilFred actief zijn op Wikipedia, als open kaart spelende professional niet? Vreemde zaak. Mijn criticasters laten zich fraai kennen. Niet alleen op mijn overlegpagina, maar ook en vooral op die van onder meer de directeur van Wikimedia Nederland Sandra Rientjes en die van het lemma stofdoek. Ik ben open over mijn achtergrond en motieven, ik vind het niet ok daarvan spijt te hebben en blijf me verzetten.

Zie ook de slides van mijn presentatie op de KNVI-IP inspiratiemiddag over Wikipedia in het NIOD: http://www.slideshare.net/marjobakker/20150604-ipedia-presentatieestherdoornbusch

Advertenties

Henk Helmantel in het Rijksmuseum?

museum-expositie-vrouwen-van-de-revolutie-11[1]

Ljoebov Popova, 1920, Vrouwen van de revolutie, t/m 18 augustus 2013 in het Groninger Museum

Afgelopen weekend heb ik zowel het Drents Museum als het Groninger Museum bezocht. In Assen waren Russische realistische schilderijen te zien en in Groningen expressionistische en abstracte werken van Russische schilders, verrassend mooi en interessant werk in beide provinciehoofdsteden. In Assen was het zaterdagmiddag 18 mei 2013 druk en raakte ik buitengewoon opgewonden van het woest wijzende, veel te dicht voor de grote schilderijen poserende en flitsende publiek. Ongestoord kijken was er met de daaruit voortvloeiende bezorgdheid niet bij. Complimenten uitgedeeld aan de zaalwacht die nota bene een wild gesticulerende rondleider verzocht wat meer afstand tot de schilderijen te bewaren.

Een dag later in Groningen was het rustig en prettig kijken. Ik vraag me af hoe dat kan. Trekt abstract werk ander publiek dan realistisch? Of is het misschien een gender kwestie? In Assen hing voornamelijk propagandistisch werk van mannelijke hand, in Groningen waren de schilderijen van uitsluitend vrouwelijke makelij.

Als kijker zie ik objecten het liefst bloot, dat wil zeggen: niet achter glas. Als erfgoedbewaker echter heb ik publiek toegankelijke objecten het liefst achter kogelvrij glas, je weet nooit wat voor gekken voorbij komen in openbare instellingen. Ik geloof niet meer in (kunst)educatie en grote bezoekersaantallen; het zegt niets over kwaliteit. Groot publiek is schadelijk voor kunst.

Ten slotte vind ik het doodeng dat musea worden afgerekend op bezoekersaantallen. Krijgen we straks alleen nog realistische kunst voorgeschoteld? Henk Helmantel in het Rijksmuseum?