Jan Toorop, zang der tijden

Vloed door Jan Toorop, 1891

Vloed door Jan Toorop, 1891

Op vrijdag 26 februari is in het Gemeentemuseum Den Haag de overzichtstentoonstelling Jan Toorop, Zang der tijden geopend. Wonderlijk genoeg is het pas de eerste tentoonstelling die met een selectie van ongeveer 150 werken een volledig overzicht geeft van het oeuvre van deze vooralsnog nimmer vergeten kunstenaar. Toorops honderdste sterfdag kan al over twaalf jaar worden herdacht. Waarom pas zo laat dit overzicht?

De tentoonstelling is chronologisch opgezet. In de eerste zaal dan ook op het eerste gezicht minder typisch Toorop werk; naturalistische schilderijen van relatief groot formaat in grauwe tinten donkerblauw, bruin en grijs, die het prozaïsche (boeren)arbeidersleven verbeelden. In de zalen die volgen schilderijen afgewisseld met tekeningen die Toorop maakte in de loop van de elkaar gauw opeenvolgende stromingen zoals het impressionisme, pontillisme, luminisme en expressionisme.

Mooi is het contrast tussen twee naast elkaar gehangen schilderijen uit 1885: het welbekende Trio fleuri van het Haags Gemeentemuseum op relatief groot formaat en de uit een privé collectie afkomstige Symphonie en blanc. Het grote schilderij is rijk aan kleur en kent dikke verflagen, het intiemere en veel kleinere Symphonie is tonaal, transparant en bestaat uit slechts enkele penseelstreken; zo tezamen een treffende illustratie van Toorops meesterschap.

Zonder de context van schepen en voortslepende man is het kolkende water op het pasteuze schilderij Vloed uit 1891 (privé collectie) zo goed als abstract. De klodderige penseelstreken doen denken aan Van Gogh, wiens werk Toorop actief promootte. Het toont Toorops plaats en deelname in en aan de toenmalige internationale avant-garde.

Bij het grote publiek in Nederland is Toorop vooral bekend vanwege zijn affiches voor de Delftsche Slaolie maatschappij. Een ruime variatie aan deze affiches wordt dan ook op deze expositie getoond. Buiten dat wordt op deze tentoonstelling duidelijk dat Toorop veel meer belichaamt dan alleen het Nederlandse equivalent van de Art Nouveau of de slaoliestijl waarvan hij indirect de naamgever was. Toorop was een man van zijn tijd die ontwikkelingen van dichtbij volgde of betergezegd letterlijk meemaakte en openstond voor kritiek op zijn werk. Toorop stond dan ook als stilistische duizendpoot aan de wieg van vele van de eerdergenoemde ismen in Nederland. Voor het eerst op deze tentoonstelling is er aandacht voor hoe Toorop soms na jaren ‘oud’ werk opnieuw onder handen nam door nieuwe details toe te voegen of onderdelen opnieuw uit te werken zoals in de tekening Christus Eucharistus uit 1909.

Een trend bij tentoonstellingen van dit formaat die zijn berekend op drukte, is titels, dateringen en herkomsten vér boven de werken op de wand te plaatsen: een zegen voor het kijkend publiek. Niemand staat vóór een schilderij -een ander in de weg- een tekstbordje te lezen. Fijn dat met dit soort praktische zaken rekening is gehouden.

Bij de tentoonstelling is een mooi vormgegeven catalogus verschenen geschreven door Gerard van Wezel, die al bijna een halve eeuw onderzoek doet naar het leven en werk van Toorop. Vele details komen uitvoerig aan bod en schetsen een rijkgeschakeerd beeld van de man als kunstenaar én mens. Zo is er onder meer ruim aandacht voor de kunstenaarskringen waarvan Toorop lid was (Les XX en de Nederlandsche Etsclub) en de tentoonstellingen waarnaar hij werk inzond. Opmerkelijk bijvoorbeeld om te lezen dat een schilderij bij Les XX werd geëxposeerd met de titel Le mauvais salaire, in Amsterdam als Slechte betaling en in Den Haag onder de titel Sober dagloon. Daarnaast wordt beschreven wát Toorop las en welke tentoonstellingen hij heeft bezocht. Jammergenoeg wijken in sommige gevallen de kleuren in de catalogus nogal af van die op de tentoonstelling. Reden te meer het echte werk te gaan bekijken.

Omdat Van Wezel zich zó lang -naast zijn reguliere werkzaamheden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als specialist bouwhistorie en bouwsculptuur- heeft beziggehouden met werk en leven van Toorop was er niemand die beter kon meewerken aan een overzichtstentoonstelling dan hij. De tentoonstelling is de moeite van het wachten meer dan waard en het is een fraai monument voor het omvangrijke en diverse oeuvre van Toorop.

De catalogus kost 29,95 euro en is in het Nederlands verkrijgbaar.

De tentoonstelling duurt tot en met 29 mei en zal daarna verder reizen naar Berlijn, München, Chicago en wellicht ook naar het het Musée d’Orsay te Parijs.