Sieraden en objecten van Evert Nijland in Vernieuwd verleden

Colliers Evert Nijland op Vernieuwd verleden in CODA

Colliers Evert Nijland op Vernieuwd verleden in CODA

Op 6 maart 2016 werd in CODA (Apeldoorn) de tentoonstelling Vernieuwd verleden in sieraden van Evert Nijland en in hedendaagse kunst geopend. Tot en met 28 augustus is er werk van Evert Nijland te zien te midden van door hem geselecteerde hedendaagse in Nederland opererende beeldend kunstenaars waardoor hij zich heeft laten inspireren. Zo is er ook werk van onder meer Fiona Tan, Marc Mulders, Guido Geelen en Gésine Hackenberg. Ongewoon aan de tentoonstelling is dat het gaat om sieraden te midden van diverse andere beeldende kunsten zoals fotografie, glas, keramiek, schilderijen, video en sculptuur. Gastcurator Ward Schrijver richtte de tentoonstelling in en schreef een monografie over Nijland die gelijktijdig werd gepresenteerd.

Het werk van Nijland laat zich het beste omschrijven als eclectisch; zowel wat betreft vorm- als materiaalgebruik. Hij bedient zich van een veelheid aan vormen die soms direct afkomstig zijn uit de natuur en soms daarvan zijn afgeleid. Enkele takachtige colliers zoals Slang en Serpent (beiden uit 2009/2010) doen denken aan het werk van Terhi Tolvanen, die in 2014 een overzichtstentoonstelling had in CODA.

Nijland gebruikt onder meer glas, keramiek, zilver, hout en eeuwenoud textiel. Opvallend is dat de collecties zich vaak rondom één specifiek type sieraad concentreren. Zo heeft Nijland antiek Florentijns zijde-fluweel alleen in halssieraden verwerkt (circa 2000). In colliers paste hij verschillende soorten glas en textiel toe (2005 tot en met 2010) en gebruikte hij alleen in broches oud hout (circa 2013). In zijn meest recente armbanden paste hij leer in combinatie met glas toe. Aan ringen heeft hij zich vooralsnog niet gewaagd.

Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen die al even ongewoon is; zo worden afbeeldingen van sieraden van Nijland getoond óver afbeeldingen van andere (oude) kunstwerken zoals Juno van Rembrandt, een vierpas uit de bronzen deuren door Lorenzo Ghiberti van het Baptisterium te Florence en een slangenbroche van René Lalique uit de collectie Museu Calouste Gulbenkian. Vóór deze associatieve kunsthistorische verbanden met het verleden is het werk van Nijland in een neutralere context gefotografeerd.

De tentoonstelling is met liefde en oog voor detail ingericht. De sieraden en objecten van Nijland zijn slechts op één plaats in de museale ruimte rondom zichzelf geconcentreerd. Daaromheen vervolgens wordt de context van de hedendaagse Nederlandse beeldende kunsten getoond. Het werk van Nijland gaat helaas geen directe dialoog aan mét die omringende kunsten. De titel van de tentoonstelling belooft wat dat betreft meer dan dat het in werkelijkheid geeft. Wellicht dat een volgende keer dat concept wat dynamischer kan worden vormgegeven, want het is een spannend en belangrijk emancipatoir concept: sieraden geplaatst in de context van andere beeldende kunsten. De zorgvuldig ontworpen catalogus plaatst het oeuvre van Nijland met zijn opmerkelijke vormgeving wél in een ruimere internationale kunsthistorische context en biedt zo meer ruimte aan dialoog met verwante beeldende kunsten dan de tentoonstelling.

De website van Evert Nijland geeft eveneens een rijk overzicht van zijn werk door de jaren heen.

Jan Toorop, zang der tijden

Vloed door Jan Toorop, 1891

Vloed door Jan Toorop, 1891

Op vrijdag 26 februari is in het Gemeentemuseum Den Haag de overzichtstentoonstelling Jan Toorop, Zang der tijden geopend. Wonderlijk genoeg is het pas de eerste tentoonstelling die met een selectie van ongeveer 150 werken een volledig overzicht geeft van het oeuvre van deze vooralsnog nimmer vergeten kunstenaar. Toorops honderdste sterfdag kan al over twaalf jaar worden herdacht. Waarom pas zo laat dit overzicht?

De tentoonstelling is chronologisch opgezet. In de eerste zaal dan ook op het eerste gezicht minder typisch Toorop werk; naturalistische schilderijen van relatief groot formaat in grauwe tinten donkerblauw, bruin en grijs, die het prozaïsche (boeren)arbeidersleven verbeelden. In de zalen die volgen schilderijen afgewisseld met tekeningen die Toorop maakte in de loop van de elkaar gauw opeenvolgende stromingen zoals het impressionisme, pontillisme, luminisme en expressionisme.

Mooi is het contrast tussen twee naast elkaar gehangen schilderijen uit 1885: het welbekende Trio fleuri van het Haags Gemeentemuseum op relatief groot formaat en de uit een privé collectie afkomstige Symphonie en blanc. Het grote schilderij is rijk aan kleur en kent dikke verflagen, het intiemere en veel kleinere Symphonie is tonaal, transparant en bestaat uit slechts enkele penseelstreken; zo tezamen een treffende illustratie van Toorops meesterschap.

Zonder de context van schepen en voortslepende man is het kolkende water op het pasteuze schilderij Vloed uit 1891 (privé collectie) zo goed als abstract. De klodderige penseelstreken doen denken aan Van Gogh, wiens werk Toorop actief promootte. Het toont Toorops plaats en deelname in en aan de toenmalige internationale avant-garde.

Bij het grote publiek in Nederland is Toorop vooral bekend vanwege zijn affiches voor de Delftsche Slaolie maatschappij. Een ruime variatie aan deze affiches wordt dan ook op deze expositie getoond. Buiten dat wordt op deze tentoonstelling duidelijk dat Toorop veel meer belichaamt dan alleen het Nederlandse equivalent van de Art Nouveau of de slaoliestijl waarvan hij indirect de naamgever was. Toorop was een man van zijn tijd die ontwikkelingen van dichtbij volgde of betergezegd letterlijk meemaakte en openstond voor kritiek op zijn werk. Toorop stond dan ook als stilistische duizendpoot aan de wieg van vele van de eerdergenoemde ismen in Nederland. Voor het eerst op deze tentoonstelling is er aandacht voor hoe Toorop soms na jaren ‘oud’ werk opnieuw onder handen nam door nieuwe details toe te voegen of onderdelen opnieuw uit te werken zoals in de tekening Christus Eucharistus uit 1909.

Een trend bij tentoonstellingen van dit formaat die zijn berekend op drukte, is titels, dateringen en herkomsten vér boven de werken op de wand te plaatsen: een zegen voor het kijkend publiek. Niemand staat vóór een schilderij -een ander in de weg- een tekstbordje te lezen. Fijn dat met dit soort praktische zaken rekening is gehouden.

Bij de tentoonstelling is een mooi vormgegeven catalogus verschenen geschreven door Gerard van Wezel, die al bijna een halve eeuw onderzoek doet naar het leven en werk van Toorop. Vele details komen uitvoerig aan bod en schetsen een rijkgeschakeerd beeld van de man als kunstenaar én mens. Zo is er onder meer ruim aandacht voor de kunstenaarskringen waarvan Toorop lid was (Les XX en de Nederlandsche Etsclub) en de tentoonstellingen waarnaar hij werk inzond. Opmerkelijk bijvoorbeeld om te lezen dat een schilderij bij Les XX werd geëxposeerd met de titel Le mauvais salaire, in Amsterdam als Slechte betaling en in Den Haag onder de titel Sober dagloon. Daarnaast wordt beschreven wát Toorop las en welke tentoonstellingen hij heeft bezocht. Jammergenoeg wijken in sommige gevallen de kleuren in de catalogus nogal af van die op de tentoonstelling. Reden te meer het echte werk te gaan bekijken.

Omdat Van Wezel zich zó lang -naast zijn reguliere werkzaamheden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als specialist bouwhistorie en bouwsculptuur- heeft beziggehouden met werk en leven van Toorop was er niemand die beter kon meewerken aan een overzichtstentoonstelling dan hij. De tentoonstelling is de moeite van het wachten meer dan waard en het is een fraai monument voor het omvangrijke en diverse oeuvre van Toorop.

De catalogus kost 29,95 euro en is in het Nederlands verkrijgbaar.

De tentoonstelling duurt tot en met 29 mei en zal daarna verder reizen naar Berlijn, München, Chicago en wellicht ook naar het het Musée d’Orsay te Parijs.

Klimwand CODA voor het laatst bedwongen door lenige veteraan uit sieradenland: Paul Derrez

2015 Paul Derrez Schmuck München photo-2-900x1200
Willem Hoogstede en Paul Derrez op Schmuck te München, maart 2015 (foto: Michael Collins, Chrome Yellow Books)

Hoe saai en belegen Apeldoorn voor een randstedeling mag lijken; museum CODA is vitaal en bruist op dit moment met verschillende tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars. Tot en met 17 januari 2016 is de tentoonstelling Paul Derrez, maker te zien, ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. Daarnaast zijn er solo’s van sieraadontwerper Sophie Hanagarth en fotograaf/schilder Teun Hocks; een meer dan uitstekend alibi voor een bezoek aan Apeldoorn.

De overzichtstentoonstelling van sieraadontwerper en zilversmid Paul Derrez (1950) is meteen ook de laatste gelegenheid de originele vitrines van Herman Hertzberger (de architect van CODA) uit 2004 te zien. De 33,8 meter lange vitrine staat onder inrichters bekend als de klimwand, vanwege de beperkte toegangen en minimale bewegingsruimte en wordt om die redenen na Paul Derrez, maker gesloopt. Derrez bedwingt de klimwand dus als laatste en doet dat voor een tweede keer met een enorme lenigheid. Twee jaar eerder al toonde hij er -samen met zijn man Willem Hoogstede- zijn schatten als verzamelaar van sieraden.

De overzichtstentoonstelling is chronologisch geordend en geeft een vrijwel volledig beeld van het zo goed als tijdloze werk van Derrez als sieraadontwerper en zilversmid. De expositie begint met enige broches in zilver en natuurlijk de welbekende Wisselring (ook veertig geworden dit jaar), die bestaat uit een beugel van zilverdraad waarin telkens een andere kleur perspex kan worden geschoven. Een zeer draagbaar sieraad, dat nog steeds verkrijgbaar is.

De vormentaal van Derrez is helder -meestal geometrisch-, net zoals zijn materiaalgebruik. Zilver en perspex in vele kleuren zijn constanten. Ook paste Derrez kurk toe in zijn werk, totdat op zeker moment schuursponzen goeddeels vervaardigd van kurk uit de winkels verdwenen. Hij maakte er autonome objecten van, gebruiksvoorwerpen, verpakkingen voor sieraden én sieraden. Kort daarna werd het populaire televisieprogramma Kreatief met Kurk gelanceerd. Er schijnt geen verband te bestaan.

De sieraden van Derrez zijn aantrekkelijk voor alle geslachten, al duiken in de jaren ’90 expliciet homo-erotische sieraden op in een serie genaamd Risky business met hangers zoals Face (1994) en Bleeding heart uit 1996 (refererend aan de vele AIDS doden). Rond 2000 wordt deze mannelijkheid gecompenseerd met de zachtere zogeheten Tit-hangers gemaakt van aluminium en nylon. Ook ziet een scherp statement als de broche Pill roulette uit 2003 (verwijzend naar de partydrug- en medicijncultuur) het levenslicht.

De tentoonstelling eindigt met de kragen of colliers (zie foto) uit de vrolijke dotserie. Uit dezelfde serie komt de kleurrijke Dot-brooch die in maart dit jaar te München werd bekroond met de Herbert Hofmann-Preis vanwege onder meer het speelse optimisme.

2015 is een kroonjaar voor Derrez. Hij won -zoals gezegd- de prestigieuze Herbert Hofmann-Preis met zijn feestelijke Dot-brooch en vierde zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. 2016 wordt een volgend kroonjaar; dan bestaat zijn galerie, Galerie Ra (de oudste galerie gespecialiseerd in sieraden in Nederland), veertig jaar. Derrez verdient na(ast) de tentoonstelling een monument als voorvechter van (de) emancipatie (van het sieraad).

Bij de tentoonstelling is een boek verschenen: Paul Derrez, maker, sieraden & objecten 1975-2015.

Een aangepaste versie van dit bericht is eerder gepubliceerd onder de titel CODA eert sieradenontwerper Paul Derrez met expositie op Mr McCool.