On street jewellery

Bike bell by Friso Dijkstra

Bike bell by Friso Dijkstra

The exquisit shop of the Stedelijk Museum Amsterdam offers a wide range of interesting design (and books). So when the earbuds of my Ipod got whacked I found perfect new ones there with pearls. Whenever I use them they evoke funny reactions of friends, colleagues and even total strangers -especially when I ride my bike-. A brilliant advantage aside from it’s beauty is that the wire of these earphones doesn’t get mixed up like traditional unadorned ones do.

So when my bike bell was broken I went straight to the Stedelijk to treat myself with a wonderful gold facetted bell. The designer Friso Dijkstra was the winner with this The Ring To It Bike Bell of the Dutch Design Challenge 2014.

My partner warned me several times not to use this gadget on my bike because it would make my -rather unattractive- two wheels too fancy for thieves. Today I tried -totally ignoring the advice of my beloved- to install the new bell. Unfortunately the bike bell wasn’t fit to be mounted on my pretty average bike; the tube of the handlebar was too thick. The plastics of the bell didn’t seem to be that sustainebale anyhow. No problem; the piece can be enjoyed on my desk as well. Pity though not to fulfill the desire of Isabella van den Bos who stated in her recent column Street jewellery to love to see more jewellery in the streets. I’ll ask Kikkerland, the producer of the bell, to make the bell realityproof so it can be used and seen.

Another good place to enjoy jewellery out of it’s regular context is the CODA museum in Apeldoorn. Until the 28th of August Evert Nijlands work is shown amidst other contemporary art disciplines in the exhibition called Renewed past.

Sieraden en objecten van Evert Nijland in Vernieuwd verleden

Colliers Evert Nijland op Vernieuwd verleden in CODA

Colliers Evert Nijland op Vernieuwd verleden in CODA

Op 6 maart 2016 werd in CODA (Apeldoorn) de tentoonstelling Vernieuwd verleden in sieraden van Evert Nijland en in hedendaagse kunst geopend. Tot en met 28 augustus is er werk van Evert Nijland te zien te midden van door hem geselecteerde hedendaagse in Nederland opererende beeldend kunstenaars waardoor hij zich heeft laten inspireren. Zo is er ook werk van onder meer Fiona Tan, Marc Mulders, Guido Geelen en Gésine Hackenberg. Ongewoon aan de tentoonstelling is dat het gaat om sieraden te midden van diverse andere beeldende kunsten zoals fotografie, glas, keramiek, schilderijen, video en sculptuur. Gastcurator Ward Schrijver richtte de tentoonstelling in en schreef een monografie over Nijland die gelijktijdig werd gepresenteerd.

Het werk van Nijland laat zich het beste omschrijven als eclectisch; zowel wat betreft vorm- als materiaalgebruik. Hij bedient zich van een veelheid aan vormen die soms direct afkomstig zijn uit de natuur en soms daarvan zijn afgeleid. Enkele takachtige colliers zoals Slang en Serpent (beiden uit 2009/2010) doen denken aan het werk van Terhi Tolvanen, die in 2014 een overzichtstentoonstelling had in CODA.

Nijland gebruikt onder meer glas, keramiek, zilver, hout en eeuwenoud textiel. Opvallend is dat de collecties zich vaak rondom één specifiek type sieraad concentreren. Zo heeft Nijland antiek Florentijns zijde-fluweel alleen in halssieraden verwerkt (circa 2000). In colliers paste hij verschillende soorten glas en textiel toe (2005 tot en met 2010) en gebruikte hij alleen in broches oud hout (circa 2013). In zijn meest recente armbanden paste hij leer in combinatie met glas toe. Aan ringen heeft hij zich vooralsnog niet gewaagd.

Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen die al even ongewoon is; zo worden afbeeldingen van sieraden van Nijland getoond óver afbeeldingen van andere (oude) kunstwerken zoals Juno van Rembrandt, een vierpas uit de bronzen deuren door Lorenzo Ghiberti van het Baptisterium te Florence en een slangenbroche van René Lalique uit de collectie Museu Calouste Gulbenkian. Vóór deze associatieve kunsthistorische verbanden met het verleden is het werk van Nijland in een neutralere context gefotografeerd.

De tentoonstelling is met liefde en oog voor detail ingericht. De sieraden en objecten van Nijland zijn slechts op één plaats in de museale ruimte rondom zichzelf geconcentreerd. Daaromheen vervolgens wordt de context van de hedendaagse Nederlandse beeldende kunsten getoond. Het werk van Nijland gaat helaas geen directe dialoog aan mét die omringende kunsten. De titel van de tentoonstelling belooft wat dat betreft meer dan dat het in werkelijkheid geeft. Wellicht dat een volgende keer dat concept wat dynamischer kan worden vormgegeven, want het is een spannend en belangrijk emancipatoir concept: sieraden geplaatst in de context van andere beeldende kunsten. De zorgvuldig ontworpen catalogus plaatst het oeuvre van Nijland met zijn opmerkelijke vormgeving wél in een ruimere internationale kunsthistorische context en biedt zo meer ruimte aan dialoog met verwante beeldende kunsten dan de tentoonstelling.

De website van Evert Nijland geeft eveneens een rijk overzicht van zijn werk door de jaren heen.

Jan Toorop, zang der tijden

Vloed door Jan Toorop, 1891

Vloed door Jan Toorop, 1891

Op vrijdag 26 februari is in het Gemeentemuseum Den Haag de overzichtstentoonstelling Jan Toorop, Zang der tijden geopend. Wonderlijk genoeg is het pas de eerste tentoonstelling die met een selectie van ongeveer 150 werken een volledig overzicht geeft van het oeuvre van deze vooralsnog nimmer vergeten kunstenaar. Toorops honderdste sterfdag kan al over twaalf jaar worden herdacht. Waarom pas zo laat dit overzicht?

De tentoonstelling is chronologisch opgezet. In de eerste zaal dan ook op het eerste gezicht minder typisch Toorop werk; naturalistische schilderijen van relatief groot formaat in grauwe tinten donkerblauw, bruin en grijs, die het prozaïsche (boeren)arbeidersleven verbeelden. In de zalen die volgen schilderijen afgewisseld met tekeningen die Toorop maakte in de loop van de elkaar gauw opeenvolgende stromingen zoals het impressionisme, pontillisme, luminisme en expressionisme.

Mooi is het contrast tussen twee naast elkaar gehangen schilderijen uit 1885: het welbekende Trio fleuri van het Haags Gemeentemuseum op relatief groot formaat en de uit een privé collectie afkomstige Symphonie en blanc. Het grote schilderij is rijk aan kleur en kent dikke verflagen, het intiemere en veel kleinere Symphonie is tonaal, transparant en bestaat uit slechts enkele penseelstreken; zo tezamen een treffende illustratie van Toorops meesterschap.

Zonder de context van schepen en voortslepende man is het kolkende water op het pasteuze schilderij Vloed uit 1891 (privé collectie) zo goed als abstract. De klodderige penseelstreken doen denken aan Van Gogh, wiens werk Toorop actief promootte. Het toont Toorops plaats en deelname in en aan de toenmalige internationale avant-garde.

Bij het grote publiek in Nederland is Toorop vooral bekend vanwege zijn affiches voor de Delftsche Slaolie maatschappij. Een ruime variatie aan deze affiches wordt dan ook op deze expositie getoond. Buiten dat wordt op deze tentoonstelling duidelijk dat Toorop veel meer belichaamt dan alleen het Nederlandse equivalent van de Art Nouveau of de slaoliestijl waarvan hij indirect de naamgever was. Toorop was een man van zijn tijd die ontwikkelingen van dichtbij volgde of betergezegd letterlijk meemaakte en openstond voor kritiek op zijn werk. Toorop stond dan ook als stilistische duizendpoot aan de wieg van vele van de eerdergenoemde ismen in Nederland. Voor het eerst op deze tentoonstelling is er aandacht voor hoe Toorop soms na jaren ‘oud’ werk opnieuw onder handen nam door nieuwe details toe te voegen of onderdelen opnieuw uit te werken zoals in de tekening Christus Eucharistus uit 1909.

Een trend bij tentoonstellingen van dit formaat die zijn berekend op drukte, is titels, dateringen en herkomsten vér boven de werken op de wand te plaatsen: een zegen voor het kijkend publiek. Niemand staat vóór een schilderij -een ander in de weg- een tekstbordje te lezen. Fijn dat met dit soort praktische zaken rekening is gehouden.

Bij de tentoonstelling is een mooi vormgegeven catalogus verschenen geschreven door Gerard van Wezel, die al bijna een halve eeuw onderzoek doet naar het leven en werk van Toorop. Vele details komen uitvoerig aan bod en schetsen een rijkgeschakeerd beeld van de man als kunstenaar én mens. Zo is er onder meer ruim aandacht voor de kunstenaarskringen waarvan Toorop lid was (Les XX en de Nederlandsche Etsclub) en de tentoonstellingen waarnaar hij werk inzond. Opmerkelijk bijvoorbeeld om te lezen dat een schilderij bij Les XX werd geëxposeerd met de titel Le mauvais salaire, in Amsterdam als Slechte betaling en in Den Haag onder de titel Sober dagloon. Daarnaast wordt beschreven wát Toorop las en welke tentoonstellingen hij heeft bezocht. Jammergenoeg wijken in sommige gevallen de kleuren in de catalogus nogal af van die op de tentoonstelling. Reden te meer het echte werk te gaan bekijken.

Omdat Van Wezel zich zó lang -naast zijn reguliere werkzaamheden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als specialist bouwhistorie en bouwsculptuur- heeft beziggehouden met werk en leven van Toorop was er niemand die beter kon meewerken aan een overzichtstentoonstelling dan hij. De tentoonstelling is de moeite van het wachten meer dan waard en het is een fraai monument voor het omvangrijke en diverse oeuvre van Toorop.

De catalogus kost 29,95 euro en is in het Nederlands verkrijgbaar.

De tentoonstelling duurt tot en met 29 mei en zal daarna verder reizen naar Berlijn, München, Chicago en wellicht ook naar het het Musée d’Orsay te Parijs.

WTF; my activity on Wikipedia is all wrong?!

The first thing I read this morning was a message in my mailbox from a Dutch Wikimedia official who asked or advised me to stop my activity on Dutch Wikipedia; otherwise it would harm wiki and even more than that. O hell; it’s going to be a bad day. One of the mantra’s in the brilliant Signpost by Emily Temple still echoes in my head and will remain there for another while. What’s the meaning of this first read message today? ***WHAT***THE***FUCK***!?

I’ve had some wiki advice before:

I was kindly advised not to write about existant art galleries to avoid promotional issues.
I was kindly advised to write about dead people, so I would not be confronted with Stop this we don’t want your promotion crap.
I was advised not to write about stuff related to the museum I work for.
I was advised several times to stop with linkspam and namedropping.
I was advised to stop writing because of paid editing.
I was kindly advised to stop discussions on wiki not to endanger certain projects.
I was advised not to talk about certain Wikipedians as trolls.
I was severely advised not to talk about certain Wikipedians as autists.
I was kindly advised to write in other wiki languages to avoid Dutch trouble.
I was advised that the stuff I was writing about was not suitable for an encyclopedia (but maybe for a local hobbyclub).
I was kindly advised to write about more famous people than jewellery artists.
I was severely advised not to write about certain Wikipedians as rude, impolite misogyn art haters.
I was kindly advised to contribute to other Wikimedia projects than Dutch Wikipedia.
I was kindly advised to write a proposal about cooperation with GLAMS; so another very friendly Wikimedian would publish it under his name, because mine was already not so good anymore.
I was kindly advised not to argue with other Wikimedians who were constantly undoing the infrastructure I was trying to build on Dutch and international art jewellery (my favourite subject).
I was kindly advised not to react on silly input on (my) talkpage(s).
I was advised (or was I warned?) not to mention usernames outside Wikipedia.

And now this morning I was kindly asked to shut up on Dutch Wikipedia to avoid harm to WM.NL and other institutions. I’m stunned; WTF, WTF, WTF!

In real life I met quit a lot of Wikimedians and they’re all nice people. Some of them knew what was going on with me on wiki and they shared my concerns and they felt bad for me that it all went like this. Some of them tried to help me online with discussions every now and than (thanks again!), but they stopped of course because it’s sucking out all energy and it doesn’t seem to help at all. Unfortunately I also met Wikipedians who told me to lower my voice, which felt like If you wear skirts like this, you ask for it girl! It feels sad to conclude that oldfashioned, experienced, agressive and bullying Wikimedians can count on more protection than newbees like me. Again; ***WTF***, I’m stunned…

A small bunch of editors on Dutch wiki (about five I think) -and I guess there’s moderators among them- are helping out each other all the time. I guess they have all day to check out what people like me edit on wiki. I wonder who pays the lives of these trolls; I would not be surprised if they got government assistance. I love to share this frustration here, because I was repeatedly accused of paid editing. Which is rather silly of course especially because of the lack of responsability that anonymous but very influential Wikipedians tend to have.

By several people I was told that Wikimedia NL has researched the atmosphere on wiki in or before 2015. I haven’t had the opportunity to read the results myself but I understood that there is a list of 60 (former) moderators on Dutch wiki who’s behavior has been studied by reading their input on talkpages. In this research the texts of more than half of this group were indicated as poorly mannered, not helpful, but rather conflict calling and bullying. Only six (former) moderators would perform in a polite and helpful manner.

Furthermore this research shows that Dutch moderators have in common with each other that they all use their own interpretation of rules. And they generally describe themselves as the chosen ones to maintain the rules. Dutch moderators act like a group, they protect each other and cooperate during elections. Contrary to the English Wikipedia, Dutch moderators can work anonymous.

I can illustrate this with many many experiences I had on several Dutch talkpages. I won’t bore you too much, just a little…

For example the Dutch article about the exhibition Modern Times I initiated (and translated from the English wiki) was succesfully nominated for deletion by Paul Brussel, who wrote an article about the next exhibition of the same cultural institution, which of course was much better and did survive. This user made no effort to make the article about the Photography exhibition as good as his. Instead it looks like he enjoys erasing articles like mine (and I don’t think the article intiated by me was so crappy it should be thrown away immediately). I think most editors are way too positive to mingle with shitty procedures like these; if you spend spare time on wiki it should be fun; and right you are! So the shit of erasing articles about the photography exhbibition, Willem Honing, Sita Falkena and much more is of no interest for positive and kind Wikipedians.

The same user posted after my call for help to answer unanswered questions no questions but 14 statements about how I don’t understand anything about Wikipedia. Can’t help but think that Wikipedia is the only place on earth where this user gets attention. I think he’s rude, arrogant and very bitchy and does a lot of harm to Wikipedia. Users like this blow away new editors. But according to the message I first read this morning; that’s ok; no issue! Paul Brussel needs protection, not me!

By the way, on his personal talkpage this user claims to have left Wikipedia forgood. I wish he did, but he didn’t. Almost everyday of this year he was active in discussions. I tried to mention how this user puts a blatant lie ons his personal talkpage. I didn’t check it yet, but I guess I’ve got a new warning (or even block) for mentioning this incongruency. I think this is a perfect illustration of how sick and bureaucracy-loving the (mod)community is.

All this is very deeply & strongly heartfelt wrong.
I quit asking for help as I formerly did on my personal talkpage(s) and the talkpages of many many other articles.

I’m not a politician, I’m not a diplomat, I’m a person who adores open data, free knowledge and of course friendship, art and jewellery. I was happy to be advised only yesterday to share this shit with Lila Tretikov.

I would do anything for a quick and persistent cure!

Beeldenstorm & copyright

Handhaving van het huidige auteursrecht (daterend uit het begin van de twintigste eeuw) is een hedendaagse beeldenstorm op (im)materieel erfgoed; het beperkt de mensheid in de mogelijkheden tot kennisvergaring en educatie over de eigen tijd en het (recente) verleden.

Het huidige (Nederlandse, maar ook Europese en internationale) auteursrecht is onwenselijk en behoeft een grondige revisie want de wet zoals hij nu is bevordert vooral het gebrek aan kennis en inzicht in het recente verleden (ruwweg de afgelopen anderhalve eeuw) alsook de groei van het onvervulde verlangen van erven van rechthebbenden naar een dikkere portemonnee zonder daarvoor inspanning te hoeven leveren.

Handhavers (Pictoright en andere belangenorganisaties) en voorstanders (vooral erven, maar soms ook levende kunstenaars) van auteursrecht schieten bovendien zichzelf in de voet, want wie niet googlebaar is vandaag de dag -en op die manier zichtbaar of hoorbaar-, bestaat domweg niet. Erven die reproductie alleen toestaan tegen financiële vergoeding doen zichzelf maar vooral hun erflaters te kort; hun vaak torenhoge financiële eisen brengen in de huidige instant informatiesamenleving niet veel meer dan een enkeltje vergetelheid.

In plaats van auteursrechtelijk beschermd werk is er ook auteursrechtvrij werk of dat van vele anderen die wel graag zichtbaar zijn en geen been zien in het drijven en bewaken van een bij voorbaat noodlijdende winkel. Zo verschijnen er per dag circa 60 miljoen nieuwe foto’s op Facebook, en 5 miljoen op Flickr, for free!

Het Nationaal Archief heeft om die reden per 2016 de betaalmuur geslecht; een goede actie die hopelijk veel navolging krijgt. Onderhoud van de betaalmuur kostte namelijk meer dan dat het opleverde; een onhoudbaar verdienmodel dus, zoals steeds meer mensen en instellingen durven betogen.

De TED talk van Sebastiaan ter Burg bijvoorbeeld, over zijn andere (om niet te zeggen nieuwe) verdienmodel is al een paar jaar oud, maar nog immer actueel. Nog steeds volgen er hevige reacties van toehoorders als Ter Burg dit verhaal houdt, zoals recent nog op een fotografiesymposium in Paradiso.

Wil niet iedereen altijd graag (betalen voor) iets nieuws? Waarom dan betalen voor iets ouds?

Copyright op kleding & accessoires gek genoeg is al lang heel anders geregeld; zonder fotoshoots in tijdschriften geen mode natuurlijk, geen zaken, geen geld. Het verdienmodel draait om zichtbaarheid. Waarom is dat elders dan anders?

Een schrijnend voorbeeld van onvindbaarheid door handhaving van copyrights is het televisieprogramma Beeldenstorm, dat tussen 1990 en 2006 werd gepresenteerd door Henk van Os om Nederlandse televisiekijkers te interesseren voor kunst en museumbezoek. Het programma is gefinancierd met publiek geld, heeft een educatief doel en is online onvindbaar momenteel. Zelfs tegen betaling is het programma niet te bekijken. Ik kan me niet voorstellen dat de makers van het programma dit voor ogen hadden toen ze eraan werkten.

Auteursrecht; iemand die het helder uit kan leggen? Echt? Volgens mij is het tijd voor hervorming.

Zilvermuseum Schoonhoven, een lust voor het oog

Vaste opstelling door Tinker Imagineers in het Zilvermuseum te Schoonhoven, foto E. Doornbusch CC0

Vaste opstelling door Tinker Imagineers in het Zilvermuseum te Schoonhoven, foto E. Doornbusch CC0

Recentelijk het Zilvermuseum te Schoonhoven bezocht; het was mijn tweede bezoek na de heropening en het beviel zeker zo goed als de eerste keer, want wat is er veel te zien en te beleven op dat geringe aantal museale vierkante meters.

Het museum in de voormalige kazerne is heropend in 2014 met een frisse overzichtelijke inrichting zonder het historische gebouw te ontkennen (zoals te vaak gebeurt in musea in oude panden). Tinker Imagineers ontwierp prachtige vitrines met elk een eigen uitstraling. Niet voor niets dat de herinrichting een prijs heeft gewonnen; de FX design award 2014 voor Musea en Tentoonstellingen.

In de vaste opstelling zijn onder meer sieraden, kerkelijk zilver, zilver voor geboorte en dood en ander vaatwerk te zien. Ook staat een deel van een vroeg twintigste-eeuwse winkelinrichting opgesteld. Een uitgelezen plek om de vitrines rijk te vullen.

In het midden van de ruimte een lange tafel, feestelijk gedekt met zilver uit verschillende periodes, subtiel verlicht met lampjes in de vorm van vlammen boven de armen van de uiteenlopende kandelaars. Ook subtiel: de ruim beschikbare audiovisuele middelen storen objectgerichte bezoekers niet; geen lichtshows en lawaai voor wie daarvan niet is gediend. De objecten in de vitrines zijn indien gewenst voorzien van beknopte objectinformatie (maker(s), materiaal en datering) op laden. Voor wie wil is er een kluis te kraken en zijn er moderne recepten met pasta en boerenkool.

Een verdieping hoger is nog tot 12 maart de tijdelijke tentoonstelling Van ping naar bling te zien. Van Ping naar bling toont ontwerptekeningen met daarnaast in een vitrine het uitgevoerde object. Zo is er werk van Jan Eisenloeffel te zien, maar ook van Paul Derrez. De laatste jaren krijgen ontwerptekeningen steeds meer aandacht en ondertussen worden ze ook actief verzameld door verschillende instellingen. In dezelfde tentoonstellingsruimte worden ook laagdrempelige workshops gegeven.

Op de begane grond bij de entree is een winkel met een ruim assortiment aan literatuur en cadeau’s. Daarnaast bevindt zich een werkplaats waar jonge edelsmeden hun ambacht uitoefenen. Momenteel wordt het atelier onder meer gebruikt door Joanne van Dijk (die stage liep bij Ralph Bakker), wiens afstudeerwerk werd bekroond met de prijs Beste meesterstuk 2013.

Genoeg te zien of te beleven in het vernieuwde Zilvermuseum, uitgeroepen tot Museum Ontdekking 2015!

Klimwand CODA voor het laatst bedwongen door lenige veteraan uit sieradenland: Paul Derrez

2015 Paul Derrez Schmuck München photo-2-900x1200
Willem Hoogstede en Paul Derrez op Schmuck te München, maart 2015 (foto: Michael Collins, Chrome Yellow Books)

Hoe saai en belegen Apeldoorn voor een randstedeling mag lijken; museum CODA is vitaal en bruist op dit moment met verschillende tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars. Tot en met 17 januari 2016 is de tentoonstelling Paul Derrez, maker te zien, ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. Daarnaast zijn er solo’s van sieraadontwerper Sophie Hanagarth en fotograaf/schilder Teun Hocks; een meer dan uitstekend alibi voor een bezoek aan Apeldoorn.

De overzichtstentoonstelling van sieraadontwerper en zilversmid Paul Derrez (1950) is meteen ook de laatste gelegenheid de originele vitrines van Herman Hertzberger (de architect van CODA) uit 2004 te zien. De 33,8 meter lange vitrine staat onder inrichters bekend als de klimwand, vanwege de beperkte toegangen en minimale bewegingsruimte en wordt om die redenen na Paul Derrez, maker gesloopt. Derrez bedwingt de klimwand dus als laatste en doet dat voor een tweede keer met een enorme lenigheid. Twee jaar eerder al toonde hij er -samen met zijn man Willem Hoogstede- zijn schatten als verzamelaar van sieraden.

De overzichtstentoonstelling is chronologisch geordend en geeft een vrijwel volledig beeld van het zo goed als tijdloze werk van Derrez als sieraadontwerper en zilversmid. De expositie begint met enige broches in zilver en natuurlijk de welbekende Wisselring (ook veertig geworden dit jaar), die bestaat uit een beugel van zilverdraad waarin telkens een andere kleur perspex kan worden geschoven. Een zeer draagbaar sieraad, dat nog steeds verkrijgbaar is.

De vormentaal van Derrez is helder -meestal geometrisch-, net zoals zijn materiaalgebruik. Zilver en perspex in vele kleuren zijn constanten. Ook paste Derrez kurk toe in zijn werk, totdat op zeker moment schuursponzen goeddeels vervaardigd van kurk uit de winkels verdwenen. Hij maakte er autonome objecten van, gebruiksvoorwerpen, verpakkingen voor sieraden én sieraden. Kort daarna werd het populaire televisieprogramma Kreatief met Kurk gelanceerd. Er schijnt geen verband te bestaan.

De sieraden van Derrez zijn aantrekkelijk voor alle geslachten, al duiken in de jaren ’90 expliciet homo-erotische sieraden op in een serie genaamd Risky business met hangers zoals Face (1994) en Bleeding heart uit 1996 (refererend aan de vele AIDS doden). Rond 2000 wordt deze mannelijkheid gecompenseerd met de zachtere zogeheten Tit-hangers gemaakt van aluminium en nylon. Ook ziet een scherp statement als de broche Pill roulette uit 2003 (verwijzend naar de partydrug- en medicijncultuur) het levenslicht.

De tentoonstelling eindigt met de kragen of colliers (zie foto) uit de vrolijke dotserie. Uit dezelfde serie komt de kleurrijke Dot-brooch die in maart dit jaar te München werd bekroond met de Herbert Hofmann-Preis vanwege onder meer het speelse optimisme.

2015 is een kroonjaar voor Derrez. Hij won -zoals gezegd- de prestigieuze Herbert Hofmann-Preis met zijn feestelijke Dot-brooch en vierde zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. 2016 wordt een volgend kroonjaar; dan bestaat zijn galerie, Galerie Ra (de oudste galerie gespecialiseerd in sieraden in Nederland), veertig jaar. Derrez verdient na(ast) de tentoonstelling een monument als voorvechter van (de) emancipatie (van het sieraad).

Bij de tentoonstelling is een boek verschenen: Paul Derrez, maker, sieraden & objecten 1975-2015.

Een aangepaste versie van dit bericht is eerder gepubliceerd onder de titel CODA eert sieradenontwerper Paul Derrez met expositie op Mr McCool.