On street jewellery

Bike bell by Friso Dijkstra

Bike bell by Friso Dijkstra

The exquisit shop of the Stedelijk Museum Amsterdam offers a wide range of interesting design (and books). So when the earbuds of my Ipod got whacked I found perfect new ones there with pearls. Whenever I use them they evoke funny reactions of friends, colleagues and even total strangers -especially when I ride my bike-. A brilliant advantage aside from it’s beauty is that the wire of these earphones doesn’t get mixed up like traditional unadorned ones do.

So when my bike bell was broken I went straight to the Stedelijk to treat myself with a wonderful gold facetted bell. The designer Friso Dijkstra was the winner with this The Ring To It Bike Bell of the Dutch Design Challenge 2014.

My partner warned me several times not to use this gadget on my bike because it would make my -rather unattractive- two wheels too fancy for thieves. Today I tried -totally ignoring the advice of my beloved- to install the new bell. Unfortunately the bike bell wasn’t fit to be mounted on my pretty average bike; the tube of the handlebar was too thick. The plastics of the bell didn’t seem to be that sustainebale anyhow. No problem; the piece can be enjoyed on my desk as well. Pity though not to fulfill the desire of Isabella van den Bos who stated in her recent column Street jewellery to love to see more jewellery in the streets. I’ll ask Kikkerland, the producer of the bell, to make the bell realityproof so it can be used and seen.

Another good place to enjoy jewellery out of it’s regular context is the CODA museum in Apeldoorn. Until the 28th of August Evert Nijlands work is shown amidst other contemporary art disciplines in the exhibition called Renewed past.

Sieraden en objecten van Evert Nijland in Vernieuwd verleden

Colliers Evert Nijland op Vernieuwd verleden in CODA

Colliers Evert Nijland op Vernieuwd verleden in CODA

Op 6 maart 2016 werd in CODA (Apeldoorn) de tentoonstelling Vernieuwd verleden in sieraden van Evert Nijland en in hedendaagse kunst geopend. Tot en met 28 augustus is er werk van Evert Nijland te zien te midden van door hem geselecteerde hedendaagse in Nederland opererende beeldend kunstenaars waardoor hij zich heeft laten inspireren. Zo is er ook werk van onder meer Fiona Tan, Marc Mulders, Guido Geelen en Gésine Hackenberg. Ongewoon aan de tentoonstelling is dat het gaat om sieraden te midden van diverse andere beeldende kunsten zoals fotografie, glas, keramiek, schilderijen, video en sculptuur. Gastcurator Ward Schrijver richtte de tentoonstelling in en schreef een monografie over Nijland die gelijktijdig werd gepresenteerd.

Het werk van Nijland laat zich het beste omschrijven als eclectisch; zowel wat betreft vorm- als materiaalgebruik. Hij bedient zich van een veelheid aan vormen die soms direct afkomstig zijn uit de natuur en soms daarvan zijn afgeleid. Enkele takachtige colliers zoals Slang en Serpent (beiden uit 2009/2010) doen denken aan het werk van Terhi Tolvanen, die in 2014 een overzichtstentoonstelling had in CODA.

Nijland gebruikt onder meer glas, keramiek, zilver, hout en eeuwenoud textiel. Opvallend is dat de collecties zich vaak rondom één specifiek type sieraad concentreren. Zo heeft Nijland antiek Florentijns zijde-fluweel alleen in halssieraden verwerkt (circa 2000). In colliers paste hij verschillende soorten glas en textiel toe (2005 tot en met 2010) en gebruikte hij alleen in broches oud hout (circa 2013). In zijn meest recente armbanden paste hij leer in combinatie met glas toe. Aan ringen heeft hij zich vooralsnog niet gewaagd.

Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen die al even ongewoon is; zo worden afbeeldingen van sieraden van Nijland getoond óver afbeeldingen van andere (oude) kunstwerken zoals Juno van Rembrandt, een vierpas uit de bronzen deuren door Lorenzo Ghiberti van het Baptisterium te Florence en een slangenbroche van René Lalique uit de collectie Museu Calouste Gulbenkian. Vóór deze associatieve kunsthistorische verbanden met het verleden is het werk van Nijland in een neutralere context gefotografeerd.

De tentoonstelling is met liefde en oog voor detail ingericht. De sieraden en objecten van Nijland zijn slechts op één plaats in de museale ruimte rondom zichzelf geconcentreerd. Daaromheen vervolgens wordt de context van de hedendaagse Nederlandse beeldende kunsten getoond. Het werk van Nijland gaat helaas geen directe dialoog aan mét die omringende kunsten. De titel van de tentoonstelling belooft wat dat betreft meer dan dat het in werkelijkheid geeft. Wellicht dat een volgende keer dat concept wat dynamischer kan worden vormgegeven, want het is een spannend en belangrijk emancipatoir concept: sieraden geplaatst in de context van andere beeldende kunsten. De zorgvuldig ontworpen catalogus plaatst het oeuvre van Nijland met zijn opmerkelijke vormgeving wél in een ruimere internationale kunsthistorische context en biedt zo meer ruimte aan dialoog met verwante beeldende kunsten dan de tentoonstelling.

De website van Evert Nijland geeft eveneens een rijk overzicht van zijn werk door de jaren heen.

Jan Toorop, zang der tijden

Vloed door Jan Toorop, 1891

Vloed door Jan Toorop, 1891

Op vrijdag 26 februari is in het Gemeentemuseum Den Haag de overzichtstentoonstelling Jan Toorop, Zang der tijden geopend. Wonderlijk genoeg is het pas de eerste tentoonstelling die met een selectie van ongeveer 150 werken een volledig overzicht geeft van het oeuvre van deze vooralsnog nimmer vergeten kunstenaar. Toorops honderdste sterfdag kan al over twaalf jaar worden herdacht. Waarom pas zo laat dit overzicht?

De tentoonstelling is chronologisch opgezet. In de eerste zaal dan ook op het eerste gezicht minder typisch Toorop werk; naturalistische schilderijen van relatief groot formaat in grauwe tinten donkerblauw, bruin en grijs, die het prozaïsche (boeren)arbeidersleven verbeelden. In de zalen die volgen schilderijen afgewisseld met tekeningen die Toorop maakte in de loop van de elkaar gauw opeenvolgende stromingen zoals het impressionisme, pontillisme, luminisme en expressionisme.

Mooi is het contrast tussen twee naast elkaar gehangen schilderijen uit 1885: het welbekende Trio fleuri van het Haags Gemeentemuseum op relatief groot formaat en de uit een privé collectie afkomstige Symphonie en blanc. Het grote schilderij is rijk aan kleur en kent dikke verflagen, het intiemere en veel kleinere Symphonie is tonaal, transparant en bestaat uit slechts enkele penseelstreken; zo tezamen een treffende illustratie van Toorops meesterschap.

Zonder de context van schepen en voortslepende man is het kolkende water op het pasteuze schilderij Vloed uit 1891 (privé collectie) zo goed als abstract. De klodderige penseelstreken doen denken aan Van Gogh, wiens werk Toorop actief promootte. Het toont Toorops plaats en deelname in en aan de toenmalige internationale avant-garde.

Bij het grote publiek in Nederland is Toorop vooral bekend vanwege zijn affiches voor de Delftsche Slaolie maatschappij. Een ruime variatie aan deze affiches wordt dan ook op deze expositie getoond. Buiten dat wordt op deze tentoonstelling duidelijk dat Toorop veel meer belichaamt dan alleen het Nederlandse equivalent van de Art Nouveau of de slaoliestijl waarvan hij indirect de naamgever was. Toorop was een man van zijn tijd die ontwikkelingen van dichtbij volgde of betergezegd letterlijk meemaakte en openstond voor kritiek op zijn werk. Toorop stond dan ook als stilistische duizendpoot aan de wieg van vele van de eerdergenoemde ismen in Nederland. Voor het eerst op deze tentoonstelling is er aandacht voor hoe Toorop soms na jaren ‘oud’ werk opnieuw onder handen nam door nieuwe details toe te voegen of onderdelen opnieuw uit te werken zoals in de tekening Christus Eucharistus uit 1909.

Een trend bij tentoonstellingen van dit formaat die zijn berekend op drukte, is titels, dateringen en herkomsten vér boven de werken op de wand te plaatsen: een zegen voor het kijkend publiek. Niemand staat vóór een schilderij -een ander in de weg- een tekstbordje te lezen. Fijn dat met dit soort praktische zaken rekening is gehouden.

Bij de tentoonstelling is een mooi vormgegeven catalogus verschenen geschreven door Gerard van Wezel, die al bijna een halve eeuw onderzoek doet naar het leven en werk van Toorop. Vele details komen uitvoerig aan bod en schetsen een rijkgeschakeerd beeld van de man als kunstenaar én mens. Zo is er onder meer ruim aandacht voor de kunstenaarskringen waarvan Toorop lid was (Les XX en de Nederlandsche Etsclub) en de tentoonstellingen waarnaar hij werk inzond. Opmerkelijk bijvoorbeeld om te lezen dat een schilderij bij Les XX werd geëxposeerd met de titel Le mauvais salaire, in Amsterdam als Slechte betaling en in Den Haag onder de titel Sober dagloon. Daarnaast wordt beschreven wát Toorop las en welke tentoonstellingen hij heeft bezocht. Jammergenoeg wijken in sommige gevallen de kleuren in de catalogus nogal af van die op de tentoonstelling. Reden te meer het echte werk te gaan bekijken.

Omdat Van Wezel zich zó lang -naast zijn reguliere werkzaamheden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als specialist bouwhistorie en bouwsculptuur- heeft beziggehouden met werk en leven van Toorop was er niemand die beter kon meewerken aan een overzichtstentoonstelling dan hij. De tentoonstelling is de moeite van het wachten meer dan waard en het is een fraai monument voor het omvangrijke en diverse oeuvre van Toorop.

De catalogus kost 29,95 euro en is in het Nederlands verkrijgbaar.

De tentoonstelling duurt tot en met 29 mei en zal daarna verder reizen naar Berlijn, München, Chicago en wellicht ook naar het het Musée d’Orsay te Parijs.

WTF; my activity on Wikipedia is all wrong?!

The first thing I read this morning was a message in my mailbox from a Dutch Wikimedia official who asked or advised me to stop my activity on Dutch Wikipedia; otherwise it would harm wiki and even more than that. O hell; it’s going to be a bad day. One of the mantra’s in the brilliant Signpost by Emily Temple still echoes in my head and will remain there for another while. What’s the meaning of this first read message today? ***WHAT***THE***FUCK***!?

I’ve had some wiki advice before:

I was kindly advised not to write about existant art galleries to avoid promotional issues.
I was kindly advised to write about dead people, so I would not be confronted with Stop this we don’t want your promotion crap.
I was advised not to write about stuff related to the museum I work for.
I was advised several times to stop with linkspam and namedropping.
I was advised to stop writing because of paid editing.
I was kindly advised to stop discussions on wiki not to endanger certain projects.
I was advised not to talk about certain Wikipedians as trolls.
I was severely advised not to talk about certain Wikipedians as autists.
I was kindly advised to write in other wiki languages to avoid Dutch trouble.
I was advised that the stuff I was writing about was not suitable for an encyclopedia (but maybe for a local hobbyclub).
I was kindly advised to write about more famous people than jewellery artists.
I was severely advised not to write about certain Wikipedians as rude, impolite misogyn art haters.
I was kindly advised to contribute to other Wikimedia projects than Dutch Wikipedia.
I was kindly advised to write a proposal about cooperation with GLAMS; so another very friendly Wikimedian would publish it under his name, because mine was already not so good anymore.
I was kindly advised not to argue with other Wikimedians who were constantly undoing the infrastructure I was trying to build on Dutch and international art jewellery (my favourite subject).
I was kindly advised not to react on silly input on (my) talkpage(s).
I was advised (or was I warned?) not to mention usernames outside Wikipedia.

And now this morning I was kindly asked to shut up on Dutch Wikipedia to avoid harm to WM.NL and other institutions. I’m stunned; WTF, WTF, WTF!

In real life I met quit a lot of Wikimedians and they’re all nice people. Some of them knew what was going on with me on wiki and they shared my concerns and they felt bad for me that it all went like this. Some of them tried to help me online with discussions every now and than (thanks again!), but they stopped of course because it’s sucking out all energy and it doesn’t seem to help at all. Unfortunately I also met Wikipedians who told me to lower my voice, which felt like If you wear skirts like this, you ask for it girl! It feels sad to conclude that oldfashioned, experienced, agressive and bullying Wikimedians can count on more protection than newbees like me. Again; ***WTF***, I’m stunned…

A small bunch of editors on Dutch wiki (about five I think) -and I guess there’s moderators among them- are helping out each other all the time. I guess they have all day to check out what people like me edit on wiki. I wonder who pays the lives of these trolls; I would not be surprised if they got government assistance. I love to share this frustration here, because I was repeatedly accused of paid editing. Which is rather silly of course especially because of the lack of responsability that anonymous but very influential Wikipedians tend to have.

By several people I was told that Wikimedia NL has researched the atmosphere on wiki in or before 2015. I haven’t had the opportunity to read the results myself but I understood that there is a list of 60 (former) moderators on Dutch wiki who’s behavior has been studied by reading their input on talkpages. In this research the texts of more than half of this group were indicated as poorly mannered, not helpful, but rather conflict calling and bullying. Only six (former) moderators would perform in a polite and helpful manner.

Furthermore this research shows that Dutch moderators have in common with each other that they all use their own interpretation of rules. And they generally describe themselves as the chosen ones to maintain the rules. Dutch moderators act like a group, they protect each other and cooperate during elections. Contrary to the English Wikipedia, Dutch moderators can work anonymous.

I can illustrate this with many many experiences I had on several Dutch talkpages. I won’t bore you too much, just a little…

For example the Dutch article about the exhibition Modern Times I initiated (and translated from the English wiki) was succesfully nominated for deletion by Paul Brussel, who wrote an article about the next exhibition of the same cultural institution, which of course was much better and did survive. This user made no effort to make the article about the Photography exhibition as good as his. Instead it looks like he enjoys erasing articles like mine (and I don’t think the article intiated by me was so crappy it should be thrown away immediately). I think most editors are way too positive to mingle with shitty procedures like these; if you spend spare time on wiki it should be fun; and right you are! So the shit of erasing articles about the photography exhbibition, Willem Honing, Sita Falkena and much more is of no interest for positive and kind Wikipedians.

The same user posted after my call for help to answer unanswered questions no questions but 14 statements about how I don’t understand anything about Wikipedia. Can’t help but think that Wikipedia is the only place on earth where this user gets attention. I think he’s rude, arrogant and very bitchy and does a lot of harm to Wikipedia. Users like this blow away new editors. But according to the message I first read this morning; that’s ok; no issue! Paul Brussel needs protection, not me!

By the way, on his personal talkpage this user claims to have left Wikipedia forgood. I wish he did, but he didn’t. Almost everyday of this year he was active in discussions. I tried to mention how this user puts a blatant lie ons his personal talkpage. I didn’t check it yet, but I guess I’ve got a new warning (or even block) for mentioning this incongruency. I think this is a perfect illustration of how sick and bureaucracy-loving the (mod)community is.

All this is very deeply & strongly heartfelt wrong.
I quit asking for help as I formerly did on my personal talkpage(s) and the talkpages of many many other articles.

I’m not a politician, I’m not a diplomat, I’m a person who adores open data, free knowledge and of course friendship, art and jewellery. I was happy to be advised only yesterday to share this shit with Lila Tretikov.

I would do anything for a quick and persistent cure!

Beeldenstorm & copyright

Handhaving van het huidige auteursrecht (daterend uit het begin van de twintigste eeuw) is een hedendaagse beeldenstorm op (im)materieel erfgoed; het beperkt de mensheid in de mogelijkheden tot kennisvergaring en educatie over de eigen tijd en het (recente) verleden.

Het huidige (Nederlandse, maar ook Europese en internationale) auteursrecht is onwenselijk en behoeft een grondige revisie want de wet zoals hij nu is bevordert vooral het gebrek aan kennis en inzicht in het recente verleden (ruwweg de afgelopen anderhalve eeuw) alsook de groei van het onvervulde verlangen van erven van rechthebbenden naar een dikkere portemonnee zonder daarvoor inspanning te hoeven leveren.

Handhavers (Pictoright en andere belangenorganisaties) en voorstanders (vooral erven, maar soms ook levende kunstenaars) van auteursrecht schieten bovendien zichzelf in de voet, want wie niet googlebaar is vandaag de dag -en op die manier zichtbaar of hoorbaar-, bestaat domweg niet. Erven die reproductie alleen toestaan tegen financiële vergoeding doen zichzelf maar vooral hun erflaters te kort; hun vaak torenhoge financiële eisen brengen in de huidige instant informatiesamenleving niet veel meer dan een enkeltje vergetelheid.

In plaats van auteursrechtelijk beschermd werk is er ook auteursrechtvrij werk of dat van vele anderen die wel graag zichtbaar zijn en geen been zien in het drijven en bewaken van een bij voorbaat noodlijdende winkel. Zo verschijnen er per dag circa 60 miljoen nieuwe foto’s op Facebook, en 5 miljoen op Flickr, for free!

Het Nationaal Archief heeft om die reden per 2016 de betaalmuur geslecht; een goede actie die hopelijk veel navolging krijgt. Onderhoud van de betaalmuur kostte namelijk meer dan dat het opleverde; een onhoudbaar verdienmodel dus, zoals steeds meer mensen en instellingen durven betogen.

De TED talk van Sebastiaan ter Burg bijvoorbeeld, over zijn andere (om niet te zeggen nieuwe) verdienmodel is al een paar jaar oud, maar nog immer actueel. Nog steeds volgen er hevige reacties van toehoorders als Ter Burg dit verhaal houdt, zoals recent nog op een fotografiesymposium in Paradiso.

Wil niet iedereen altijd graag (betalen voor) iets nieuws? Waarom dan betalen voor iets ouds?

Copyright op kleding & accessoires gek genoeg is al lang heel anders geregeld; zonder fotoshoots in tijdschriften geen mode natuurlijk, geen zaken, geen geld. Het verdienmodel draait om zichtbaarheid. Waarom is dat elders dan anders?

Een schrijnend voorbeeld van onvindbaarheid door handhaving van copyrights is het televisieprogramma Beeldenstorm, dat tussen 1990 en 2006 werd gepresenteerd door Henk van Os om Nederlandse televisiekijkers te interesseren voor kunst en museumbezoek. Het programma is gefinancierd met publiek geld, heeft een educatief doel en is online onvindbaar momenteel. Zelfs tegen betaling is het programma niet te bekijken. Ik kan me niet voorstellen dat de makers van het programma dit voor ogen hadden toen ze eraan werkten.

Auteursrecht; iemand die het helder uit kan leggen? Echt? Volgens mij is het tijd voor hervorming.

Zilvermuseum Schoonhoven, een lust voor het oog

Vaste opstelling door Tinker Imagineers in het Zilvermuseum te Schoonhoven, foto E. Doornbusch CC0

Vaste opstelling door Tinker Imagineers in het Zilvermuseum te Schoonhoven, foto E. Doornbusch CC0

Recentelijk het Zilvermuseum te Schoonhoven bezocht; het was mijn tweede bezoek na de heropening en het beviel zeker zo goed als de eerste keer, want wat is er veel te zien en te beleven op dat geringe aantal museale vierkante meters.

Het museum in de voormalige kazerne is heropend in 2014 met een frisse overzichtelijke inrichting zonder het historische gebouw te ontkennen (zoals te vaak gebeurt in musea in oude panden). Tinker Imagineers ontwierp prachtige vitrines met elk een eigen uitstraling. Niet voor niets dat de herinrichting een prijs heeft gewonnen; de FX design award 2014 voor Musea en Tentoonstellingen.

In de vaste opstelling zijn onder meer sieraden, kerkelijk zilver, zilver voor geboorte en dood en ander vaatwerk te zien. Ook staat een deel van een vroeg twintigste-eeuwse winkelinrichting opgesteld. Een uitgelezen plek om de vitrines rijk te vullen.

In het midden van de ruimte een lange tafel, feestelijk gedekt met zilver uit verschillende periodes, subtiel verlicht met lampjes in de vorm van vlammen boven de armen van de uiteenlopende kandelaars. Ook subtiel: de ruim beschikbare audiovisuele middelen storen objectgerichte bezoekers niet; geen lichtshows en lawaai voor wie daarvan niet is gediend. De objecten in de vitrines zijn indien gewenst voorzien van beknopte objectinformatie (maker(s), materiaal en datering) op laden. Voor wie wil is er een kluis te kraken en zijn er moderne recepten met pasta en boerenkool.

Een verdieping hoger is nog tot 12 maart de tijdelijke tentoonstelling Van ping naar bling te zien. Van Ping naar bling toont ontwerptekeningen met daarnaast in een vitrine het uitgevoerde object. Zo is er werk van Jan Eisenloeffel te zien, maar ook van Paul Derrez. De laatste jaren krijgen ontwerptekeningen steeds meer aandacht en ondertussen worden ze ook actief verzameld door verschillende instellingen. In dezelfde tentoonstellingsruimte worden ook laagdrempelige workshops gegeven.

Op de begane grond bij de entree is een winkel met een ruim assortiment aan literatuur en cadeau’s. Daarnaast bevindt zich een werkplaats waar jonge edelsmeden hun ambacht uitoefenen. Momenteel wordt het atelier onder meer gebruikt door Joanne van Dijk (die stage liep bij Ralph Bakker), wiens afstudeerwerk werd bekroond met de prijs Beste meesterstuk 2013.

Genoeg te zien of te beleven in het vernieuwde Zilvermuseum, uitgeroepen tot Museum Ontdekking 2015!

Klimwand CODA voor het laatst bedwongen door lenige veteraan uit sieradenland: Paul Derrez

2015 Paul Derrez Schmuck München photo-2-900x1200
Willem Hoogstede en Paul Derrez op Schmuck te München, maart 2015 (foto: Michael Collins, Chrome Yellow Books)

Hoe saai en belegen Apeldoorn voor een randstedeling mag lijken; museum CODA is vitaal en bruist op dit moment met verschillende tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars. Tot en met 17 januari 2016 is de tentoonstelling Paul Derrez, maker te zien, ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. Daarnaast zijn er solo’s van sieraadontwerper Sophie Hanagarth en fotograaf/schilder Teun Hocks; een meer dan uitstekend alibi voor een bezoek aan Apeldoorn.

De overzichtstentoonstelling van sieraadontwerper en zilversmid Paul Derrez (1950) is meteen ook de laatste gelegenheid de originele vitrines van Herman Hertzberger (de architect van CODA) uit 2004 te zien. De 33,8 meter lange vitrine staat onder inrichters bekend als de klimwand, vanwege de beperkte toegangen en minimale bewegingsruimte en wordt om die redenen na Paul Derrez, maker gesloopt. Derrez bedwingt de klimwand dus als laatste en doet dat voor een tweede keer met een enorme lenigheid. Twee jaar eerder al toonde hij er -samen met zijn man Willem Hoogstede- zijn schatten als verzamelaar van sieraden.

De overzichtstentoonstelling is chronologisch geordend en geeft een vrijwel volledig beeld van het zo goed als tijdloze werk van Derrez als sieraadontwerper en zilversmid. De expositie begint met enige broches in zilver en natuurlijk de welbekende Wisselring (ook veertig geworden dit jaar), die bestaat uit een beugel van zilverdraad waarin telkens een andere kleur perspex kan worden geschoven. Een zeer draagbaar sieraad, dat nog steeds verkrijgbaar is.

De vormentaal van Derrez is helder -meestal geometrisch-, net zoals zijn materiaalgebruik. Zilver en perspex in vele kleuren zijn constanten. Ook paste Derrez kurk toe in zijn werk, totdat op zeker moment schuursponzen goeddeels vervaardigd van kurk uit de winkels verdwenen. Hij maakte er autonome objecten van, gebruiksvoorwerpen, verpakkingen voor sieraden én sieraden. Kort daarna werd het populaire televisieprogramma Kreatief met Kurk gelanceerd. Er schijnt geen verband te bestaan.

De sieraden van Derrez zijn aantrekkelijk voor alle geslachten, al duiken in de jaren ’90 expliciet homo-erotische sieraden op in een serie genaamd Risky business met hangers zoals Face (1994) en Bleeding heart uit 1996 (refererend aan de vele AIDS doden). Rond 2000 wordt deze mannelijkheid gecompenseerd met de zachtere zogeheten Tit-hangers gemaakt van aluminium en nylon. Ook ziet een scherp statement als de broche Pill roulette uit 2003 (verwijzend naar de partydrug- en medicijncultuur) het levenslicht.

De tentoonstelling eindigt met de kragen of colliers (zie foto) uit de vrolijke dotserie. Uit dezelfde serie komt de kleurrijke Dot-brooch die in maart dit jaar te München werd bekroond met de Herbert Hofmann-Preis vanwege onder meer het speelse optimisme.

2015 is een kroonjaar voor Derrez. Hij won -zoals gezegd- de prestigieuze Herbert Hofmann-Preis met zijn feestelijke Dot-brooch en vierde zijn veertigjarig jubileum als kunstenaar. 2016 wordt een volgend kroonjaar; dan bestaat zijn galerie, Galerie Ra (de oudste galerie gespecialiseerd in sieraden in Nederland), veertig jaar. Derrez verdient na(ast) de tentoonstelling een monument als voorvechter van (de) emancipatie (van het sieraad).

Bij de tentoonstelling is een boek verschenen: Paul Derrez, maker, sieraden & objecten 1975-2015.

Een aangepaste versie van dit bericht is eerder gepubliceerd onder de titel CODA eert sieradenontwerper Paul Derrez met expositie op Mr McCool.

Confetti for Wikimedia

verlichte confetti IMG_3515
Paul Derrez’ Free (propaganda)-brooch (2013) and Confetti-ring (2012)

This week the Wikimedia community is partying because of the Erasmus prize. Today the community gets honoured with the appearance of the Dutch king who will hand over the prize in the former city hall in Amsterdam.

A time to enjoy. Joy. Gioia in Italian. Gioiello is the Italian word for jewel; a piece of joy; how wonderful.

This year jewellery artist and gallerist Paul Derrez is celebrating his 40th anniversary as an artist. The CODA museum in Apeldoorn opened the exhibition Paul Derrez, Maker, Sieraden en objecten 1975-2015 on the first of November with an overview of his oeuvre. The show will last until the 17th of January 2016. Next year Galerie Ra is to celebrate it’s 40th anniversary.

A pity though that for me Wikipedia, joy and jewels didn’t match that playful this year. I think it’s time to change those sad experiences and face Wikipedia to give it another try.

A good time to ask for attention for the presence of jewellery art(ists) on Wikipedia again. 2015 Was another interesting jewelyear in the Dutch and international landscape. I would have loved to write about all the ins and outs on Wikipedia but a few editors undid my contributions almost instantly. Those editors obviously didn’t want information about for instance public exhibitions with jewellery artists as participants in the encyclopedia.

Paul Derrez won a prestigious award as well this year: the German Herbert Hofmann-Preis, with his colourful and optimistic Dot brooch. A nice piece to wear on this festive day as well as some Confetti pieces. Time to share this powerful work and detailed information on Wikipedia.

To give it another try I reworked the articles on Dutch Wikipedia about Paul Derrez and his wellknown gallery Galerie Ra and started a new one about the Herbert Hofmann-Preis. Probably my contributions will be undone very quick. Please help me to protect the information about exhibitions, (museum) collections and publications in these articles. I think jewellery art(ists) deserve as much space in Wikimedia as for instance female porn actors, shirtsponsors of footballteams, Idols and pokémoncards. Anyone can edit.

Images are for dummies

It is said that our culture today is about images: instagram, pinterest etc.
As an art historian I’m interested in images, of course, but I’m barely interested in media mentioned above.
How come? A painting or sculpture for example can not be caught on a mobile device. The real thing, I think, is impossible to experience on any screentechnology and should be experienced in real life.

It’s useless to take pictures in museums since most of them provide high res pictures (for free!) on their websites. I hope museums will follow the recent policy of the Van Gogh Museum in Amsterdam, where photography by visitors is prohibited. Reproductions never equal the real thing so have a look with your own bare eyes instead of with the lense of your camera -those lenses are only distracting you and your covisitors as well-.

Reading/understanding images or photographs is not as easy as most people think. Remember that picture of the Ukraïnian guy with a black and white cuddly toy amidst the wreckages of MH17 who was first thought to be a criminal and only a few hours later declared a hero? What changed the view?

Strange to notice that in this image oriented culture most visitors of museums first turn their eyes to read (or photograh) the text aside the object (painting, sculpture, drawing, photograph, print or whatsoever) and than have a quick glance at the object itself to check if they can see what they just read; spending more time on the text than on the image. Do we live in an image-oriented world but not in the museum? How come the image-oriented public (check the activity of their camera’s) doesn’t trust or rely on their own eyes? What went wrong? Who tells us what to see?

What does Wikipedia mean to me?

On facebook I got triggered by a question of one of the many Wikigroups; What means Wikipedia to you? I tried to write an answer, but got lost in all the different pages so now I’ll put it into my first English written blogpost, since I’ve got many international jewellery- and Wikimediafriends.

Answering the question: in the beginning it was big fun and a great learning experience: editing on Dutch Wikipedia. I learned a lot about editing and expanded my knowledge about contemporary jewellery by writing new articles about (Dutch) artists, galleries and museums. After 1 1/2 year (and more than 100 new articles) though I quit editing because of lack of support in the community. Around the 8th of March this year most of my edits got reverted by a small group of misogyn editors (and the community told me that I’m not allowed to mention their usernames out in the open, which I think is absurd and since I feel I’ve got nothing to lose I’d love to mention them anew: Agora, EvilFred and Paul Brussel are my main bullies) who didn’t want to stop to accuse me of promotional writing, paid editing, namedropping, etc. Lists of exhibitions, (museum) collections and publications got constantly ánd instantly removed by this small group of editors -not revealing their identity or interest but having somehow a lot of influence- because the lists were irrelevant to them. I tried to convince them to preserve these lists, but my arguments were ridiculed or left unread.

As a result I recommend new editors to withdraw from telling who they are and who they are working for. I was open about it but I regret. I think that the two sentences written before this one are pretty perverse ones for an open source community like Wikimedia. What exactly means open source? Which sources have to be open? How come that everything is open and shareable but the identity and the intentions of editors? Who can confirm that my unidentified bullies aren’t politically driven for example to cut budgets for the arts? My joy in editing and sharing got seriously harmed and I decided to stop defending my edits on Wikipedia.

In live gatherings of the Wikimedia community I got a lot of attention and moral support but online nobody is motivated to help me but incidentally which is not enough. Life offers more attractive occupations than fighting against or argumenting with reactionary smug editors operating with nicknames like Evilfred. My life, fortunately, offers more attractive opportunities than fighting trolls on the net. I love to state therefor that Wikipedia content is mainly generated by dominant arrogant smug editors.

So, what does Wikipedia mean to me? It could be very nice and educative, but since I experienced that it is very male dominated (take a look for example at the shirtsponsors of FC Barcelona, very educative and not commercial at all) and after a lot of struggle I feel unable to defend the preservation of my contributions; I feel disappointed and rejected. And I am very sorry to give up struggling against these misogynists in this digital area.

Auteursrecht door de ogen van een republikein

70 Jaar, + 1, dat hanteer ik -ook professioneel-, eer ik iets ‘pik’ of deel met de rest van de wereld. Blijft toch gek, vind ik, auteursrecht. Vooral na auteurs’ dood in geëmancipeerde tijden -daar leven we in, ga ik wellicht iets te hoopvol toch maar van uit-.

Als kind van een tandarts (voorheen automonteur en artsenbezoeker) heb ik (of andere nabestaanden) geen inkomsten van de werken die mijn in 2007 overleden pa heeft verricht. Terecht, me dunkt. Waarom zouden nabestaanden van kunstenaars wel inkomsten mogen ontvangen op grond van de werkzaamheden van een overleden ouder? Kunnen die nabestaanden niet zelf werken of zijn zij anderszins beperkt als gevolg van hun erflaters? Was de dood van hun ouders(s) aantoonbaar erger dan bijvoorbeeld die van de mijne? Ben je als nazaat of weduwnaar/weduwe van een kunstenaar per definitie ongeschikt eigen inkomsten te genereren? Is dat (echt?) bij wet vastgelegd? Vreemd uitgangspunt.

Auteursrecht tijdens auteursleven snap ik en kan en wil ik respecteren. Maar alles daarbuiten vind ik net zo mal en uit de tijd als willekeurig welke monarchie. Gaan we er iets aan doen?

Wikisoap: autisme & gendergap

Rond 8 maart dit jaar (what’s in a date) ben ik vermoord als editor op Wikipedia. Recent is mij te verstaan gegeven dat een blokkade geen moordaanslag is, maar ik ervaar dat toch anders. Sinds Internationale Vrouwendag zijn 7 door mij geïnitieerde artikelen van Wikipedia (NL) verwijderd op verzoek van een select groepje van wat ik zou willen noemen sieraadhaters, erfgoedhaters, Rijksmuseumhaters of E.Doornbuschhaters. Het gaat om artikelen over Mattie Boom, Sita Falkena, Joke Gallmann, Judith van Gent, Iris ten Kate, Willem Honing (ja, een man!) en Modern Times (tentoonstelling).

Verder is uit vele biografische artikelen over (sieraad)kunstenaars informatie verwijderd over (museale) collecties, tentoonstellingen en publicaties die ik relevant acht. Ik kan geen bijdrage leveren of ik word binnen het uur ‘gecorrigeerd’. Zo’n gebruiker vindt het niet relevant dat ik bij een kunstenaar meld in welke landen zo iemand exposeert. Vermoeiend ondertussen uit te leggen dat het wat mij betreft nogal uitmaakt of een sieraadkunstenaar hot is alleen in Amsterdam of wellicht ook in New York, Korea of Australië. Ook vind ik het lastig te discussiëren over de relevantie van kunstwerken of kunstenaars; liefst waag ik mij er niet aan. Rembrandt wordt pas anderhalve eeuw verafgood. De man is ruim drie eeuwen dood en wat is er veel veranderd. Wisten we maar al die suffe dingen van hem die ik nu vast had willen leggen over bijvoorbeeld Loekie Metz en Katja Prins. Grappig (of genant) dat zo’n gebruiker zichzelf een gezaghebbend beoordelingsvermogen toedicht. Wie zal hem over 100 of 200 jaar dankbaar zijn voor zijn mening?

Grappig genoeg is het artikel over Beppe Kessler dat ik begin juni dit jaar live editte voor een publiek van bibliothecarissen en archivarissen niet door de gebruiker X aangepast. Het artikel over Katja Prins dat ik even daarna heb gepoogd uit te breiden met informatie over haar wereldwijde activiteiten echter werd wel meteen door de usual suspect teniet gedaan; internationale tentoonstellingen waren niet relevant.

Gendergap was een term die mij november 2013 ertoe bracht bij te dragen aan Wikipedia. Jane Darnell wist mij tijdens haar voordracht tijdens de jaarlijkse conferentie te verleiden; wat nou gendergap, doe ik toch wat aan? Ruim honderd nieuwe artikelen later weet ik beter. Ik doe niks meer. Ik voel mij niet gesteund; ik word in no time afgeblaft en teniet gedaan door een stelletje rigide autisten.

Lees het artikel van Guillaume Paumier over autisme en Wikipedia: http://blog.wikimedia.org/2015/07/31/autistic-wikipedia-life/

Wil Wikimedia echt iets doen aan de gendergap? Ik vraag het mij af. De ”community” lijkt in mijn geval online (en online is wat telt) vooral de incrowd te steunen en zich weinig te bekommeren om inzichten en ervaringen van newbees als ik. Ik weiger mij neer te leggen bij de kortzichtige opdringerige rigide inzichten van een handvol editors. Ik vind het onvoorstelbaar en onderhand ook onverteerbaar dat zulke gebruikers de werksfeer op Wikimedia zo weten te domineren.

Autisme treft vooral mannen; de aandoening is niet erg geëmancipeerd. Wikipedia wil echter wél geëmancipeerd zijn, daarom immers is de gendergapwerkgroep in het leven geroepen.

Weinig mensen nemen de moeite zich in een ander te verdiepen. Nieuwe editors op Wikipedia of Wikimedia wachten niet op een cursus hoe om te gaan met autisten. Na één of twee onaangename ervaringen pakken zij hun biezen en zoeken aangenamere en vooral efficiëntere podia. Ik vermoed dat het vooral vrouwen zijn die zich zo wat al te licht laten wegblazen door lomperiken die het eigenlijk niet eens zo kwaad bedoelen.

Ik geloof niet dat ik er veel meer aan kan doen dan dit zo boud te stellen; Wikimedia moet verder kijken dan de wereld van autisten die de inhoud totnogtoe bepaalt. Corrigeer me alsjeblieft mocht ik ernaast zitten.

Naschrift I 4 augustus 2015

Beste lezers,

Op aanraden van een Wikipediaan heb ik de namen van gebruikers uit dit artikel verwijderd. Het noemen van namen búiten Wikimedia wordt binnen Wikimedia beschouwd als ongewenst en zou tot sancties kunnen leiden; ik wist dat niet. Wordt vervolgd.

Naschrift II 4 augustus 2015

Beste lezers,

Het is uitdrukkelijk niet mijn intentie autisten te beledigen. Ik wil sowieso niemand beledigen. Wel stel ik graag de discussie op scherp en ben ik niet bang een gevoelige snaar te raken en aan mijn mening te schaven. Op verschillende conferenties heb ik het afgelopen jaar mogen horen dat zich onder Wikipedianen een bovengemiddeld aantal autistische witte mannen bevindt (namen van sprekers zal ik niet noemen). Het verwondert mij dat ik naar aanleiding van dit schrijven zulke felle reacties krijg. Een podium buiten Wikipedia werkt wat dat betreft stukken beter dan Wikipedia zelf, alle overlegpagina’s ten spijt. Op zo’n overlegpagina kan trouwens ongestraft van mij -naar aanleiding van dit blog- worden gezegd dat er een schroefje los zit, omdat ik ”hedendaagse sieraadkunstenaars die niet invloedrijker zijn dan de creabea’s van plaatselijke hobbyclubs vergelijk met Rembrandt” (https://nl.wikipedia.org/wiki/Overleg_gebruiker:Paul_Brussel#De_fout_ligt_nooit_bij_jezelf). Dat is natuurlijk geen belediging. Grappig daarom dat de vermeende beledigingen in dit blog zo hard aankomen en niemand zich druk maakt over de beledigingen aan het adres van onder meer Loekie Metz (die zich niet meer kan verdedigen), Beppe Kessler en andere kunstenaars en kunsthistorici die wat mij betreft een plaats op Wikipedia verdienen.

Wikisoap IX: spijt & verzet

Bijdragen aan Wikipedia is leuk en leerzaam, nuttig bovendien. Kennis en schoonheid -levensvreugde- delen doe ik graag. Emanciperen vind ik ook belangrijk; er zijn amper vrouwen die bijdragen aan de encyclopedie (slechts circa 5%; Nederland en Vlaanderen scoren laag) en ook het sieraad kan zich in de wereld van de (toegepaste) kunst nog stevig emanciperen.

Omdat ik niet onder stoelen of banken steek dat ik voor het Rijksmuseum werk raakt voortdurend een select groepje gebruikers op Wikipedia (editors) van de leg als ik naar de collectie van mijn werkgever verwijs. Commentaar op mijn bijdragen is weinig vriendelijk van toon; promopraat, spam, klets en belangenverstrengeling, ik zou mij beter niet meer moeien met Wikipedia, zo valt te lezen op diverse overlegpagina’s. Eerder werd ik te vuur en te zwaard bestreden door hetzelfde clubje toen ik nieuwe artikelen schreef over Nederlandse sieradengaleries. Ik zou reclame maken voor commerciële bedrijven, zo luidde het verwijt. Galerie Ra, Galerie Rob Koudijs en Galerie Louise Smit zijn gelukkig nog allemaal terug te vinden op Wikipedia. Dat de sponsoren van Real Madrid per jaar staan vermeld in een keurig overzicht in het artikel van de voetbalclub is appels met peren vergelijken en dat hoort niet. Hoezo gendergap?

Dat ik net zo veel naar digitale collecties van andere musea verwijs als naar die van het Rijksmuseum, maakt kennelijk niet uit. Musea zijn meestal door publieke inspanningen ontstaan (Wikipedia avant la lettre, zou ik willen zeggen) en zijn lange tijd gefinancierd met voornamelijk belastinggeld. Hoe je reclame kunt maken voor cultureel erfgoed dat op dat soort plekken wordt bewaard begrijp ik niet. Ik heb het toch niet over koelkastmagneten?

Totnogtoe hebben al mijn bewerkingen in mijn vrije tijd en op persoonlijke titel plaatsgehad. Mijn eerste jaar bijdragen aan Wikipedia telt zeker duizend uren. Betaald of onder werktijd wikipederen lijkt mij wel wat. Het zou me meer ruimte geven te sparren met collega’s en grotere projecten te realiseren; ik denk aan bijvoorbeeld ICONCLASS en watermerken.

Op de zaak wil ik wel eens oningelogd een tik- of spelfout corrigeren in de encyclopedie, maar verder dan dat ga ik niet. Ik durf niet -echt waar-, uit angst voor nieuwe zeursalvo’s van stalkende Stasi’s onder de Wikipedianen -voor deze woorden krijg ik vast straf; ze overschrijden elke wikiquette-. Denken die lui trouwens echt dat ze Wikipedia verschoond kunnen houden van reclame en betaalde bewerkingen? En dat dat de kwaliteit van de encyclopedie ten goede komt? Reken maar dat grote spelers op allerlei gebied (ik denk aan Apple, politici en automerken) tegen betaling hun artikelen monitoren en laten bijschaven. Tegen dat soort praktijken is geen Wikipediaan opgewassen. Paid editing valt niet te controleren. Mabelgate was leerzaam.

Ik snap niet dat ik als erfgoedprofessional bij voorbaat de schijn tegen heb. Als anonieme leek mag je met een gebruikersnaam als Fluffy2000 of EvilFred actief zijn op Wikipedia, als open kaart spelende professional niet? Vreemde zaak. Mijn criticasters laten zich fraai kennen. Niet alleen op mijn overlegpagina, maar ook en vooral op die van onder meer de directeur van Wikimedia Nederland Sandra Rientjes en die van het lemma stofdoek. Ik ben open over mijn achtergrond en motieven, ik vind het niet ok daarvan spijt te hebben en blijf me verzetten.

Zie ook de slides van mijn presentatie op de KNVI-IP inspiratiemiddag over Wikipedia in het NIOD: http://www.slideshare.net/marjobakker/20150604-ipedia-presentatieestherdoornbusch

Wikisoap VIII: slopers, ridders en stalkers

Mijn bijdragen aan de encyclopedie zijn nog nooit zo hevig bestreden door andere editors als op Internationale Vrouwendag. De dag ervoor werd ik geblokkeerd (bijdragen is dan onmogelijk) omdat ik bewerkingen van één van mijn horzels ongedaan had gemaakt. Ongedaan maken is zoiets als je middelvinger opsteken, begreep ik later. Mijn criticasters hadden onder meer lijsten met vermeldingen van collecties, publicaties en tentoonstellingen uit diverse lemmata verwijderd. Ik dacht die informatie vlot terug te zetten door hun bewerkingen ongedaan te maken, maar dat gaat zo niet op Wikipedia.

Op 8 maart is een handvol door mij geïnitieerde biografische artikelen over sieraadontwerpers voor verwijdering genomineerd (Sita Falkena, Willem Honing, Nora Rochel, Iris ten Kate en Joke Gallmann) door een wikipedist die zich EvilFred noemt. De artikelen zouden niet in de encyclopedie thuishoren. Twee weken lang kunnen mensen op de nominatie reageren door vóór of tegen te stemmen. Vooralsnog ziet het er goed uit en blijven de artikelen waarschijnlijk behouden. Buiten horzels zijn er gelukkig ook vele ridders actief op Wikipedia. Dat geeft moed; dank allen!

Verder is er iemand tijdens mijn blokkade los gegaan op mijn gebruikerspagina met een verfrissende toelichting op mijn overlegpagina aangaande mijn onnozelheid wat betreft het gebruik van lidwoorden bij wetenschappelijke geslachten (in dit geval tweevleugelige insecten: Diptera). Hilarisch! Ook zijn vele lijsten met tentoonstellingen, publicaties en (museale) collecties uit door mij geïnitieerde of bewerkte artikelen verwijderd, niet zo grappig.

Wonderlijk om te zien hoe sommige editors zich vooral lijken te richten op het bekritiseren van andere gebruikers en een voorkeur aan de dag leggen voor slopen in plaats van opbouwen. Een paar uur geleden ben ik een nieuw lemma gestart over Natascha van Weezel, filmmaker en auteur. Om de horzels voor te zijn had ik het artikel van een paar noten naar publicaties in tijdschriften, kranten en tv-optredens voorzien. Nog geen half uur later zijn deze noten door één van mijn hardnekkigste horzels verwijderd als zijnde niet relevant voor de encyclopedie (de gang van zaken is voor een ieder terug te vinden in Wikipedia bij het betreffende lemma onder de knop geschiedenis, rechtsboven in het scherm). Het lijkt wel alsof deze horzel/gebruiker mijn bijdragen op de voet volgt, voelt als een stalker. Het lemma staat er nog, maar ik verwacht elk moment een verwijdernominatie vanwege gebrek aan bronnen.

Ondanks of juist dankzij deze feestelijkheden heb ik nog steeds lol op Wikipedia; ik ervaar het als een onuitputtelijke bron van kennis waar ik veel leer, zowel vakinhoudelijk als op het gebied van digitale omgangsvormen. Dank ridders, dank horzels!

Wikisoap VII: blokkade, Opzij!

Na een blokkade van mijn wiki-account en weinig vriendelijke mededelingen aan mijn adres op verschillende overlegpagina’s is de feeststemming nog steeds niet bedorven. De blokkade betekent dat ik enige tijd niets kan doen op Wikipedia, behalve misschien protesteren of pleiten op overlegpagina’s. Daar heb ik geen zin in. Ondertussen zijn een handvol door mij geïnitieerde artikelen over sieraden plotseling voor verwijdering voorgedragen. De lente komt eraan, de horzels zijn vroeg uit hun ei gekomen dit jaar en ik ben woest aantrekkelijk voor ze. Grappig.

Eigenlijk mag ik denk ik niet over digitale horzels op Wikipedia schrijven op een blog (vrijheid van meningsuiting, censuur?), maar ik doe het toch. Dat ik hier vertel over mijn ervaringen wordt mij kwalijk genomen; degene die mijn blokkade uitvoerde lichtte toe dat het onheus is dat ik mensen op mijn blog en op Wikipedia als ‘minderwaardige sujetten’ en ‘niet capabel’ portretteer. Pardon? Dat ik ergens op een overlegpagina na een pleit opmerk dat ik het lastig vind praten met iconoclasten zonder oren is vet over de schreef. Even meelezen graag, het gaat om een tekst vóór behoud van het door mij geïniteerde artikel over de recente tentoonstelling in het Rijksmuseum: Modern Times.

Salve, Het artikel is beknopt vertaald uit Wikipedia.en (waar prachtige wikidatakoppelingen zijn gelegd). Modern Times (tentoonstelling) -vergezeld van een publicatie die overigens recent is genomineerd voor de best vormgegeven boeken van 2014- is gemaakt door wetenschappers verbonden aan het wetenschappelijke verzamelende en presenterende instituut: Mattie Boom en Hans Rooseboom (ze hebben vooralsnog geen artikel op Wikipedia, hoogste tijd!). Tentoonstellingen zijn van vitaal belang in de kunstwereld; The Armory Show, Wereldtentoonstellingen, de Late Rembrandt ik noem maar wat. Prettig om te kunnen terugvinden wát daar dan te zien was, al zou het gaan om een half oor van een geflipte schilder, of die éne foto. Het is grappig om te zien hoe belangstelling aan mode onderhevig is, ook onder (kunst)historici. Waarom wetenschappelijk geannoteerde informatie uitsluiten en afdoen als linkspam? Wikipedia lijkt me een uitstekend platform voor metadata van maatschappelijke culturele instituten. Ik kan me verheugen op infographics van de wherabouts van de paarden van de San Marco. Collecties zijn vaak bepalend voor het lot van een (kunst)historisch object. Wat niemand vandaag interessant, gezaghebbend of encyclopediewaardig vindt, kan over 20 jaar volledig anders zijn. Daarom vind ik de discussie over relevantie irrelevant en doe ik er niet graag aan mee. Ik vind het lastig praten met iconoclasten zonder oren. Erfgoedinstellingen opereren doorgaans op wetenschappelijke basis. Reden genoeg voor plaats in de encyclopedie. Het spijt me dat mensen zich persoonlijk aangevallen voelen door mijn blog, dat was niet mijn bedoeling; ik heb juist geen namen willen noemen. Met groet, E.Doornbusch (overleg) 7 mrt 2015 21:39 (CET)

Hoe schunnig is die tekst? En is het niet wonderlijk hoe alle reaguurders (wedden dat ik straf krijg voor dat woord) zo zwaar aanstoot nemen aan mijn intens grievende bewoordingen dat ze geen oog meer hebben voor de -hopelijk toch- wat minder denigrerende passages? Wat een tere zielen zeg.

Informatieslopers, daar probeer ik mij tegen te verweren. Kennis en context vernielen vind ik niet ok. Gelukkig raakt mijn gemoed niet bedorven als ik linkspammer of marketeer word genoemd [bron?]. Opzij!

Wikisoap: GLAMmen en gendergappen op Internationale Vrouwendag

Keihard wikipederen, dat doe ik al een dikke week. Druk met GLAM (Galleries, Libraries, Archives and Museums) en de Gendergap. Komend weekend zijn er Wikipedia schrijfsessies in het Stedelijk Museum, het Bonnefantenmuseum en op de burelen van Opzij. Ik doe elke dag mee en zie een rol weggelegd als vliegenmepper: zorgen voor nette bronvermelding in nieuwe artikelen die agressief door andere wikipedisten worden bejegend. Newbeeprotection, is mijn suggestie voor jargon. Zelf heb ik overigens een hele fijne newbeeprotector.

Opnieuw vermoeienissen op diverse locaties op Wikipedia over mijn laatste bijdragen (die niet anders dan anders waren, namelijk gortdroog: toevoegen van tentoonstellingen, publicaties en (museale) collecties). Nieuwe wikiwars, bewerkingsoorlogen, dreigen. Types met botte bijlen tref je overal, maar ze lijken bovengemiddeld vertegenwoordigd op Wikipedia. Omdat ik geen zin heb mijn tijd te verdoen met argumenteren schrijf ik hier met enige tegenzin -zonde tijd- een algemeen verweer. Juist hier, want één van mijn kritische volgers op Wikipedia was zo attent en heeft op een overlegpagina op Wikipedia een link naar mijn blog geplaatst, waardoor de bezoekersaantallen -vermoed ik toch- ineens zijn ontploft. Bedankt jongens voor de reclame en het geboden forum, fijn dat jullie zo massaal meelezen!

Op een nieuwe projectpagina op Wikipedia staan meer dan 200 namen van vrouwen vertegenwoordigd in de collectie van het Rijksmuseum die geen artikel hebben op (de Nederlandstalige) Wikipedia. Een uitnodiging aan (nieuwe) editors om daarmee aan de slag te gaan. Vanzelfsprekend zijn deze vrouwen ook in andere (museale) collecties en elders vertegenwoordigd en dat benadruk ik graag. Naast die van mijn werkgever zijn ook de webcollecties van bijvoorbeeld het TextielMuseum, Boijmans en V&A efficiënt en duurzaam te linken naar Wikipedia. Ik heb dan ook even vaak -zo niet vaker- naar collecties van andere musea gelinkt als naar die van het Rijksmuseum. Het gaat mij om de digitale bereikbaarheid van erfgoed. Vaak is het erfgoed eigendom van de staat en slechts in beheer bij (museale) instellingen. Erfgoed wordt grotendeels onderhouden van belastinggeld -hoewel helaas steeds minder-; het gaat om cultuur en wetenschap, een publieke zaak van algemeen belang. Waarom bijdragen op dat gebied zo fel worden bestreden is mij een raadsel.

Wie weet wat wikiwaardig is? Kunnen we een beetje verder in de toekomst kijken alsjeblieft? En aan constructie denken in plaats van destructie? Regelmatig lees ik argumenten tegen mijn bewerkingen met woorden als ‘gezaghebbend’ of ‘niet-encyclopdiewaardig’. Voor me zie ik machtswellustige Wikipedisten die op dictatoriale wijze denken te kunnen bepalen wat wel of niet vermeldenswaard is; zij hebben gezag, schrijven ze impliciet. Onuitstaanbaar. Wie bepaalt wat relevant is? Een wetenschappelijk instituut of een willekeurige Wikipedist? Op Wikipedia zijn verschillende types actief die menen dat (meta)data van culturele instellingen niet in de encyclopedie thuishoren. Collectiedata van culturele instellingen zijn doorgaans van wetenschappelijke kwaliteit en daarom wat mij betreft juist zeer welkom op Wikipedia. De links die ik leg leiden naar geactualiseerde databases. Dat betekent bijvoorbeeld dat als het Boijmans morgen een nieuwe Van Meegeren verwerft dat overmorgen te zien is op Wikipedia. Handig toch, hoef je geen lijstje bij te houden, gaat volledig geautomatiseerd. Als nou álle culturele en wetenschappelijke instellingen hun collecties op zo’n manier digitaal zouden delen.

Over collecties, verzamelaars, verzamelingen en het aanhoudende verwijt van namedropping: wanneer iemand als verzamelaar te boek staat is het, net als overal, van belang te weten wat, wie, waar, wanneer en hoe. Herkomst kan van alles betekenen voor bijvoorbeeld de juridische status of de authenticiteit van een object. Op een tentoonstelling in 2014 in CODA waren 70 colliers te zien vergezeld van fotografische portretten van de vervaardiger door verzamelaar, fotograaf en opdrachtgever Claartje Keur. Tekst waarin ik een portret van de hand van Keur van Marcel Wanders met de Knotted Chair in wording voor zich op tafel beschrijf wordt verwijderd. Niet relevant. Weg samenhang en context. Zoiets wordt bepaald door een paar rigide ‘gebruikers’ in de encyclopedie die weinig of geen affiniteit hebben met cultureel erfgoed en geen heil zien in open data. In de Opzij staat deze maand een vergelijkbaar verhaal. Onbegrijpelijk dat inspanningen van contentpartners zo eenvoudig kunnen worden gesaboteerd.

Linken zoals ik in vele artikelen heb gedaan naar de collecties van onder anderen het TextielMuseum, het Joods Historisch Museum en V&A is vele malen efficiënter dan de willekeurige lijsten van werken die volgens sommige horzels zouden volstaan. Ik memoreer de lijst van werken van Rembrandt, waarin ”De vlucht naar Egypte” van het Musée des Beaux Arts te Tours niet voorkomt. Het schilderij heeft een zelfstandig artikel op de Nederlandstalige Wikipedia (De vlucht naar Egypte (Rembrandt)). De lijst met werken van Rembrandt waaraan wordt gerefereerd als alternatief door de geagiteerde gebruiker berust op willekeur; de artikelen missen daardoor onderling een logische verbinding. Vermelding van verzamelingen bij kunstenaars lijkt me daarom adequater; zeker als ze gelinkt zijn met de betreffende objecten in de online database van de beherende instelling. Misschien valt er nog iets slimmers te verzinnen. Ik ga voor de meest logische en eenvoudige standaard, wie denkt er mee?

Natuurlijk maak ik met de bewerkingen (duizenden ondertussen) die ik uitvoer fouten, zoals bij de link naar de ambtsketen van Ruudt Peters in het Amsterdam Museum. Verbeter het alsjeblieft in plaats van het domweg ongedaan te maken. In discussies op verschillende overlegpagina’s wordt op niet zo heel vriendelijke toon over mij geschreven als zou ik zijn een marketeer, een linkspammer, blokwaardige of een reeds eerder gewaarschuwde. En ik zou verstrengeld zijn in belangen, een doodzonde voor sommige wikipedisten. Nog een grappige beschuldiging aan mijn adres: ik zou Wikipedia misbruiken voor publicatie van origineel of eigen onderzoek -ik verwees naar 7 strekkende meter archief van Galerie Ra in RKD Archives, geannoteerd met een link, niets meer en niets minder-. Normaliter heb ik niet zo de behoefte te toeteren over wat ik doe, maar ik ben kunsthistoricus en dataspecialist en aardig bedreven in het vinden en verbinden van informatie. Projecten als GLAM en Gendergap zijn hard nodig. Net als opbouwende samenwerking. Aanvullen en verbeteren, in plaats van afbreken alsjeblieft.

Goed weekend! Schrijf je mee aan het Gendergapproject?

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:GLAM/Gender_Gap

Wikisoap V: Barbarij

Beste vrienden en beste Wikipedianen,

Tot mijn spijt ontwaar ik in de bijdragen aan de discussies op mijn overlegpagina op Wikipedia weinig constructiefs. Wel tref ik verwijzingen naar pagina’s waar ik vervolgens elke link met de discussie mis. Ik kan er niet mee vooruit en vind helaas nergens enige rechtvaardiging mijn bijdragen in de vorm van links (bronnen, noten, referenties of wat ook) naar (museale) collecties te staken. Mijn bijdragen zijn waardevol voor zowel leken als wetenschappers, voor een ieder die Wikipedia raadpleegt kortom.

Een link naar de collectie van het Rijksmuseum in het geval van Willem Drees is bijvoorbeeld alleszins van nut. Het is te maf dat die bijdrage van mijn hand ongedaan is gemaakt; lijkt me onthouding van relevante informatie. Een ongewenste, en, mag ik het zeggen, vandalistische actie. Ik heb de link naar het Rijksmuseum onder het hoofdstuk trivia bij onze voormalige vader daarom opnieuw geplaatst. Het Rijksmuseum bezit bijna tweehonderd objecten die met deze man te maken hebben. Het betreft onder meer foto’s, maar voor een groot deel gaat het om objecten, relikwieën, uit Drees’ leven, aan het museum geschonken door zijn nazaten. Echt waar; er zijn mensen (op Wikipedia) die dat ongewenste reclame voor het Rijksmuseum vinden. Volgens mij gaat het om feiten die thuishoren in een encyclopedie.

Verder vind ik het gek dat ik telkens op zo veel weerstand onder Wikipedianen stuit. Ik begrijp niet dat ik de inhoud en toegevoegde waarde van mijn (meestal gierstdroge) artikelen en bijdragen steeds moet verdedigen na brute aanvallen. Het gaat nota bene om wetenschappelijk geannoteerde informatie, hoe kan het dat dergelijke inbreng zo veel discussie losmaakt? Wikipedia wil toch een bron van vrije kennis zijn? Horen kunst en geschiedenis soms niet daarbij?

Ook vind ik het raar dat ik al een paar keer ben aangesproken op mijn werkgever. Ik kan herhalen dat ik in mijn vrije tijd wikipedeer (voor de ongelovigen: ik werk kantoortijden van maandag tot en met donderdag, mijn gewikipedeer valt daarbuiten), maar dat geldt blijkbaar niet als excuus voor mijn wantrouwige criticasters. Dat ik even vaak naar andere museale collecties als die van het Rijksmuseum (of tentoonstellingen in galeries) link kan mij kennelijk evenmin vrij pleiten.
Ik ben erfgoedprofessional en zorg op digitale wijze voor de toegankelijkheid tot internationaal cultureel erfgoed (professioneel en voor de lol op Wikipedia NL), in handen van galeries of musea. Er komt geen fantasie aan te pas, het gaat om feiten. Dat maakt elke discussie over trivialiteit, beschikbaarheid van beeldmateriaal, reclame, linkspam of wat ook overbodig. Waarom wordt mijn inbreng over cultureel erfgoed steeds zo bekritiseerd, of, zoals ik het ondertussen ervaar, gesaboteerd?

Mogelijk nog gekker vind ik het dat ik ben aangesproken op framing, ik wist niet wat het was, maar gelukkig kon ik het begrip helder en met een prachtig voorbeeld beschreven terugvinden in de encyclopedie. Vanuit mijn kunsthistorische achtergrond en wellicht dwangmatige erfgoedliefhebberij wil ik en denk ik zinvol te kunnen bijdragen aan Wikipedia. Ik kan er daarom domweg niet bij dat de door mij toegevoegde inhoud niet relevant of anderszins ongewenst zou zijn, zoals mijn criticasters telkens betogen. Het wordt ondertussen een beetje suf weer de voetbalvergelijking aan te halen, maar het is vast weer waar: op Wikipedia is de Nederlandse voetbalgeschiedenis geheid beter ontsloten dan het cultureel erfgoed. Is dat een keuze? Moet ik me daarbij neerleggen?

Wat betreft de standaarden: als dataspecialist ben ik zeer gehecht aan standaardnotaties. Erg jammer daarom dat niemand mij totnogtoe een te prefereren standaard heeft laten zien, waardoor ik toch maar blijf vasthouden aan de standaard die ik heb gehanteerd in de door mij gestarte artikelen. Waarbij ik graag opmerk dat ik opensta voor andere vormen, zolang het maar één en een niet mis te verstane vorm is; commentaar welkom!

Het bedroeft me dat amateurisme -of andersgezegd cultuurbarbarij- op Wikipedia lijkt te overheersen. Zijn alle wijzen en ridders op vakantie? Of is er op Wikipedia gewoon geen plaats voor geïnstitutionaliseerd erfgoed? Wat is er mis met de data die zij ter beschikking stelt?

Volgende keer vrolijker nieuws,

met cultuurminnende groet,

S

Wikisoap IV

Tjongejongejonge, het leven van een welwillende Wikipediaan gaat niet over rozen. Eind 2013 heb ik mijn chef moeten overtuigen van het nut van mijn aanwezigheid op een Wikimediaconferentie. Dat nut was ff niet duidelijk,; ik moest ervoor pleiten bij mijn leidinggevende. Op de conferentie raakte ik geïnspireerd te gaan schrijven op Wikipedia, over dames, want daaraan was gebrek. Net als aan schrijvende dames op Wikipedia, dat betreft slechst 6%. In Nederlandse boardrooms schijnen tegenwoordig al meer dames aanwezig te zijn. Dus wat dat betreft is Wikipedia een wat beperkte afspiegeling van de maatschappij. Dat kan makkelijk anders, naïef optimistisch als ik wellicht ben: ik doe er wat aan.

Enniewee, ik maakte vrolijk nieuwe lemmata over vrouwelijke kunstenaars en sieraadontwerpers (vooral uit de door Marjan Unger en Gerard Unger geschonken collectie sieraden aan het Rijksmuseum), maar merkte al snel dat ik niet zonder mannen kon (Gijs Bakker, Hans Appenzeller, Archibald Dumbar). So far so good. Tot ik lemmata maakte over galeries. O wee, want die zijn commercieel en Wikipedia maakt geen reclame. Wacht even, dat snap ik niet. Voetbal is niet commercieel en wordt derhalve per wedstrijd en speler beschreven. Daar kreeg ik het idee met malloten van doen te hebben. Ik heb er nuttige wikigevechtstechnieken aan over gehouden. Nuttig edoch nodeloos, want tijdverspilling. Bewezen pallurken zouden makkelijker gestopt moeten worden op Wikipedia. Ze kosten nodeloos veel tijd. Moet ik dat accepteren vanwege de democratische beginselen van Wikipedia? Ik ben geneigd van niet; in plaats van discuzeuren kan ik ook gewoon werken. Werken, in mijn vrije tijd, voor de lol en voor het nut. Kan ik niet een soort van Wikicredit krijgen? Ik heb van mijn werk mijn hobby gemaakt. Tijd om dat te keren wellicht.

Wikisoap: Galerie Rob Koudijs mag blijven maar Marten Fortuyn moet gaan

14 Juni, één dag na mijn vorig verweer is het artikel over Galerie Rob Koudijs teruggeplaatst op Wikipedia, joehoe! https://nl.wikipedia.org/wiki/Galerie_Rob_Koudijs

De finale en de uitspraak staan op deze pagina (boring) onderaan de lijst met afgehandelde verzoeken: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Verzoekpagina_voor_moderatoren/Terugplaatsen

Marten Fortuyn staat in diezelfde lijst, maar zijn lemma heeft het niet gehaald. De broer van is binnen de gemeenschap der Wikipedianen bij herhaling afgeserveerd als niet-encyclopediewaardig. Nu woedt er opnieuw een digitale strijd voor en tegen behoud van het artikel.

Op Wikipedia zijn allerlei oelewappers actief, die menen te weten wat wel (voetballers, luizenfamilies en Idols) en niet (galeries bijvoorbeeld, die zijn commercieel) in een encyclopedie thuishoort. Met opdringerige inzichten sturen ze aan op zuigende, tijdrovende en werklustbedervende discussies. Dat kan anders en aangenamer, productiever en wervender bovendien.

Oproep: kan Nederland nog één keer massaal Fortuyn stemmen; nu voor zijn broer Marten in Wikipedia?

Iedereen met internet kan Wikipedia bewerken en een bijdrage leveren aan de hopeloze discussie voor of tegen Fortuyn in het zogeheten opinielokaal. Vooralsnog staan de verstandige voorstanders voor, gelukkig maar: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Opinielokaal/Een_artikel_over_Marten_Fortuyn

De strijd op Wikipedia duurt voort; schoon genoeg van koekebakkers en pannekoeken

De tweede keer dat ik over strijd op Wikipedia schrijf; het houdt me bezig en het kost irritant veel tijd al is het ook leerzaam. Er duiken telkens nieuwe horzels op, al bestaan er ook ridders.

Mijn laatste bijdrage aan Wikipedia volgt. Geheel onder een link naar de volledige discussie over het behoud (terugplaatsing) van het lemma over Galerie Rob Koudijs op een zogeheten overlegpagina. Ruim driekwart van de bijdragen aan Wikipedia vindt op dat soort pagina’s plaats. Tijdverspilling, me dunkt: minder praten meer breien en niet zo piepen jongens.

Schoon genoeg van koekebakkers en pannekoeken

Op 14 mei is de eigenaar van Galerie Rob Koudijs (Rob Koudijs) geciteerd in de New York Times; niet het plaatselijke sufferdje waarin lokale koekebakkers adverteren:

Is het nou eens klaar? Ik maak geen reclame, ik probeer de wereld van sieraadontwerpers te beschrijven. Na een serie van bijna honderd samenhangende nieuwe artikelen vind ik het onderhand vervelend dat bepaalde vakinhoudelijk onontbeerlijke zaken (galeries) stelselmatig worden gesaboteerd op Wikipedia. Ik krijg schoon genoeg van al die rigide dominante onnozelaars die gestoorde machtsspelletjes spelen en in al hun heilige eigendunk verspilde tijd opeisen in plaats van constructief bijdragen. Het heeft niets te maken met de gender-gap, hoop ik maar.

In het artikel in de New York Times staan foutjes -voor de wantrouwige blindgiftig bijtende azijnpissers onder u-: zo is niet Paul Dekkers eigenaar van Galerie Ra, maar Paul Derrez en zijn Emmy van Leersum en Gijs Bakker nooit gescheiden, anders dan door de dood. Ondanks die onvolkomenheden vind ik de NYT een aardige bron en acceptabele rechtvaardiging voor een lemma over Galerie Rob Koudijs in de encyclopedie. Ok?

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Verzoekpagina_voor_moderatoren/Terugplaatsen#Galerie_Rob_Koudijs

Tweede waarschuwing: strijd op Wikipedia

Lullen als Brugman, totnogtoe zonder gehoor, HELP!

Vanaf eind november (2013) ben ik actief op Wikipedia. Meer dan 50 nieuwe lemmata heb ik sinds die tijd geschreven; hoofdzakelijk over (vrouwelijke) sieraadontwerpers, al heb ik ook onder meer Gijs Bakker, Ruudt Peters, Onno Boekhoudt en Evert Nijland nieuw ingebracht. Een tweetal lemma’s is ondertussen verwijderd (Galerie Rob Koudijs en Galerie Louise Smit), omdat het om reclame zou gaan. Een derde, Galerie Ra, staat op de nominatie voor verwijdering. Waarom? Reclame: daar doet Wikipedia niet aan. Lees daarom vooral even het lemma supermarkt en waar u uw boodschappen doet. Hoezo geen reclame op Wikipedia? Waarin verschilt Galerie Ra van Albert Heijn? Het is mij een raadsel.

Bewerkingen kunnen op Wikipedia ongedaan worden gemaakt. Ik heb dat herhaaldelijk gedaan; alleen als delen van mijn bewerkingen ongedaan gemaakt werden, zoals de vermelding van exposities in galeries. Dit ontaardde in een wikiwar (oorlog) en kwam mij op een tweetal waarschuwingen te staan. Een derde waarschuwing is fataal: dan mag ik niet langer schrijven of muteren.

Het kost me onderhand meer tijd te strijden voor het behoud van voornoemde lemmata (en de vermelding ervan met betrekking tot tentoonstellingen in lemmata over sieraadontwerpers) dan het schrijven van een nieuw lemma. Zie daarvoor de (non)discussies gevoerd onder de laatste drie kopjes op mijn overlegpagina (https://nl.wikipedia.org/wiki/Overleg_gebruiker:E.Doornbusch#Galerie_Louise_Smit) en kijk vooral ook even naar de bewerkingsgeschiedenis van het lemma Katja Prins. Op Wikipedia is het kennelijk taboe Galerie Rob Koudijs als tentoonstellingsgelegenheid te noemen (en als je volhardt veroorzaakt dat oorlog, ja). Spijtig en wat mij betreft totaal onzinnig. Graag ontvang ik hulp deze waanzin te bestrijden: meld u aan op Wikipedia en laat weten waarom galeries van onmisbaar belang zijn in de wereld van sieraadontwerpers!

Hieronder treft u mijn laatste verweer aan tegen een Wikipediaan die van mening is dat ik ongewenst en vandalistisch opereer ten aanzien van vermeldingen van exposities in galeries van bijvoorbeeld Galerie Rob Koudijs en Galerie Louise Smit.

Beste Agora,

Helaas lees ik in uw tekst niets anders dan dat de zaken zo zijn omdat u het reeds eerder aan mij zou hebben geschreven; ik vind dat een weinig opbouwend commentaar. Spijtig dat u niet op mijn verweer en vragen in wenst te gaan. En ook spijtig dat u mij voor een tweede keer heeft kunnen laten waarschuwen voor praktijken waar mijns inziens niets mis mee is. Ik maak daartegen bezwaar. Ik wil bijdragen aan Wikipedia en kennisnemen van de mores, maar u lijkt jammergenoeg niet van zins mij wijzer te maken omtrent de regels betreffende de door u aangemerkte ongewenste reclame. Vermelding van tentoonstellingen van kunstenaars in internationaal gerenommeerde galeries hebben weinig van doen met de door u, als een stotterende en zichzelf repeterende hagepreker, aangemerkte bezwaren van ongewenste reclame. Gaat u, of de gemeenschap, ook zo te keer tegen de vermelding van galeries van bijvoorbeeld Charles Saatchi of Paul Andriesse? Of Albert Heijn? Nee? Wat is het verschil met Galerie Rob Koudijs, Galerie Louise Smit of Galerie Ra? Ik zou het graag weten om mij aan de geldende conventies te houden. Nergens (met uitzondering van uw weinig opbouwende commentaren) heb ik kunnen lezen waarom een tentoonstelling in een galerie niet op Wikipedia vermeld zou mogen worden. Ik draag graag op constructieve wijze bij aan Wikipedia op het vlak van sieraadontwerpers en acht daarbij de vermelding van een handvol (Nederlandse) galeries onontbeerlijk. Dat (bestaande) galeries geen eigen lemma mogen hebben vanwege reclame vind ik vervelend, maar kan ik nog begrijpen (al vind ik het trouwens lastig te rijmen met lemmata over nog levende kunstenaars die uiteraard evenzeer een commercieel belang hebben, maar die belangen worden kennelijk, doch gelukkig, wel geaccepteerd op Wikipedia). Ik zie weinig verschil tussen conservator (museum of galerie) en kunstenaar; de één bestaat niet zonder de ander. Dat (bestaande) galeries in het geheel niet op Wikipedia genoemd zouden mogen worden vind ik onaanvaardbaar. Het doet geen recht aan de lemmata over de kunstenaars die soms of vaak dankzij galeries zijn doorgebroken. Die kunstenaars zijn niet zo maar na hun opleiding in museumcollecties terechtgekomen. Het oog en de kennis van de galeriehouder zijn daarbij onontbeerlijk geweest. Dat u dat niet wenst te weten vind ik best, maar het lijkt me sterk dat de gemeenschap daaraan geen enkel belang hecht. Graag zou ik daarom meer stemmen horen uit de gemeenschap dan alleen de uwe, die mij zouden kunnen wijzen op de (on)wenselijkheid van vermelding van tentoonstellingen in galeries. Leren en bijdragen doe ik graag; reacties zijn meer dan welkom!~~~~

Petitiestatistiek

Snowden naar Brazilië

Edward Snowden naar Brazilië?

Daarnet heb ik een petitie via AVAAZ ondertekend om Snowden hopelijk een vrij heenkomen te bezorgen vanuit Poetinië naar Brazilië. Lekker makkelijk; ik hoef alleen maar mijn mailadres in te tikken, te enteren en klaar. Wat een weelde.

Ondertussen kijk ik al dik een uur met grote ogen naar de voorbijkomende ondertekenaars op de site van AVAAZ(http://www.avaaz.org/nl/send_snowden_home_loc/?bvXLpeb&v=34368); er wordt sneller dan per seconde getekend. Het aantal ondertekenaars heb ik in die tijdspanne met 60.000 zien groeien. Voor de namen van de ondertekenaars staan vlaggen van de landen waar vandaan ze zouden komen of tekenen. Dat vooral fascineert.

De Brazilianen heten Snowden welkom: veel ondertekenaars onder die vlag. Verder staan Spanjaarden, Belgen, Fransen, Mexicanen, Italianen en Nederlanders bijna permanent in beeld in de op een aftiteling van een film gelijkende rij van vijf immer zakkende namen; fanatieke ondertekenaars. Marokkanen, Argentijnen, Canadezen, Chilenen, Colombianen, Roemenen en Grieken komen eveneens met regelmaat voorbij. Onze tegenvoeters in Australië en Nieuw-Zeeland tekenen ook. Amerikanen durven misschien niet; ik zie ze sporadisch. Britten en Ieren laten zich weinig zien.

Turken, Luxemburgers en Scandinaviërs -op een enkele Noor na- heb ik in het geheel niet gespot. Duitsers tekenen ook maar weinig, net als Oostenrijkers en Zwitsers. Op wat Polen en Roemenen na is het ook stil vanuit voormalig Oost-Europa. Wel zag ik nog enkele Russen en Portugezen de revue passeren. Ook bijzonder waren een Zuid-Koreaan, een Kirgiziër, een Israëliër, een Oekraïner, een Oegandees en een Zuid-Afrikaan.

Nooit kunnen bevroeden dat ik petitieondertekengedrag of statistiek interessant zou vinden. Hoe kan het dat de Spanjaarden in het geval van Snowden zo fanatiek zijn? En hoe bestaat het dat in sommige Europese landen gretig wordt getekend terwijl het bij de even welvarende buren stil blijft?

Dames (en heren) op Wikipedia

ezelsbrug-illustratie-man-vrouw[1]

Begin november was ik voor mijn werk op een Wikimediaconferentie in Utrecht. Daar heb ik de ambitie opgevat dagelijks een dame uit de wereld van de kunsten de encyclopedie -even betrouwbaar als de Encyclopaedia Britannica- in te slingeren. Eerst de dames die mij het meest na aan het hart liggen: sieradenontwerpers vertegenwoordigd in de collectie van het Rijksmuseum, gul geschonken door Marjan en Gerard Unger. De eerste negen staan erop (te weten Lous Martin, Lucy Sarneel, Beppe Kessler, Nel Linssen, Maria Hees, Emmy van Leersum, Katja Prins, Jacomijn van der Donk en Dinie Besems). De tiende gaat -hors categorie- Truus Schröder zijn, op haar huis (het Rietveld Schröderhuis) ben ik dertien jaar geleden afgestudeerd. Suggesties of tips voor een vervolg zijn welkom, want de juwelenboerinnen in het Rijksmuseum blijken helaas wat al te rap uitputtelijk.

Waarom al deze aandacht voor vrouwen? Wikipedia is een herenaangelegenheid, Wikipedia wordt gedomineerd door mannen. Wikipedia wordt gevuld door mannen, gemuteerd en gemodereerd door hoofdzakelijk mannen. Dat die mannen vaak baarden hebben en blokjesoverhemden dragen behoeft geen betoog (would be boring). Het aantal lemma’s over mannen staat in geen verhouding tot het aantal lemma’s over vrouwen. Ook onder de deelnemers aan de conferentie bleek sprake van sekseongelijkheid. Om maar niet te spreken over de zo goed als geheel afwezige Zwarte Piet (ik herinner me niet dat ik er een heb gespot, maar ik wil wel eens wat missen). Waarom is dat? Komt me onzinnig voor. Ik kan alleen maar gissen en gooi graag het balletje op door dit stuk te schrijven en het tegenovergestelde in praktijk te brengen. Wie doet er mee?

Museum Kranenburgh; alsjeblieft geen poëzie op de plee

ElseBerge[1]

Else Berg

Op 12 november is het uitgebreide Museum Kranenburgh te Bergen (NH) heropend. De in de bossen gelegen villa is verrijkt met een aanbouw door Kraaijvanger. De nieuwbouw is vooral van binnen fraai en functioneel. Om niet te concurreren met de voorliggende villa bestaat het boven de grond uit slechts één bouwlaag. Het gebouw verdiept zich ondergronds waar één grote witgewande tentoonstellingsruimte is gerealiseerd die daglicht vangt via een vide. De travertijnen beplating aan de buitenzijde van de nieuwbouw is wat mij betreft minder gepast. Waarom is er niet gekozen voor baksteen? Dat was vast goedkoper geweest en bovendien meer omgevingseigen.

De nieuwe publieke voorzieningen zijn riant; het restaurant is ruim en biedt uitzicht op de tuin en de omliggende bossen. De winkel heeft een groot assortiment, zoals gebruikelijk bij veel gerenoveerde en uitgebreide musea. Ook is er een auditorium gerealiseerd waar onder meer concerten worden gegeven. Evenementen en commercie worden helaas steeds belangrijker voor musea om geld binnen te harken en bestaansrecht te behouden. Een idiote ontwikkeling in mijn ogen -musea zijn van oorsprong instellingen met een conserverende en wetenschappelijke taak- maar helaas noodzakelijk in dit land waar cultuurdiscussies over zwarte Piet gaan en niet over behoud van bedreigd tastbaar erfgoed. We hebben toch genoeg feestzalen, waarom zouden musea zich daarvoor moeten lenen? Ik vind het ronduit gevaarlijk feestend publiek te ontvangen te midden van onvervangbare objecten.

De tentoonstelling met werk van aan Bergen gerelateerde kunstenaars is rijk en gevarieerd; er is werk te zien van onder meer Charley Toorop, Else Berg, Leo Gestel, Lucebert en Simeon ten Holt.

Toiletbezoek vond ik dramatisch; de toiletten waren prima uitgerust -daarover geen klachten- maar al plassend getrakteerd te worden op door Ramsey Nasr voorgedragen poëzie van Rutger Kopland over gemiste zonen als gevolg van een loopgravenoorlog vond ik te indringend en hoogst ongemakkelijk.

Hulde aan de burgemeester van Amsterdam!

Sport en juwelen

Sport is voor mij normaalgezien geen zaak om over te schrijven. Ik doe niet aan sport, ik kijk niet naar sport en in de krant lees ik er alleen over als het om geheime drugs en exorbitante salariëring of andere excessen van toppers gaat. Als er geweld of vandalisme (is er verschil?) in het spel komt lees ik ook vaak meer dan alleen de kop. Kortom, ik lees heel wat over sport.

Van tv herinner ik mij twee sportfragmenten. Allebei in de maanden februari op de Canarische Eilanden meekijkend naar de Nederlandse tv (dat doe ik anders nooit). Eén: een bijna blèrende Wennemars bij DWDD die de troostende suggestie van ds Gremdaat de Elfstedentocht alternatief te rijden, bijvoorbeeld met de bus, niet wist te waarderen. En twee: een voetbalchef uit het Zuiden van Nederland die in alle ernst tegen de achtergrond van een krijsend lelijk reclamedecor met een microfoon onder zijn neus zei dat de website van de club op donkerblauw was gezet. Zwart, zo luidde zijn toelichting, was in verband met de spreekkoorlijke oerwoudgeluiden uit het publiek ongepast.

De Olympische Spelen vinden straks plaats onder de vlag van Poetin. Een kwaaie vlag waaronder sindskort homoseksualiteit wordt gecriminaliseerd. Het IOC vindt dat ok. Graag een boycot. De Spelen afschaffen is wellicht ook een optie. Dan wordt voorkomen dat in Olympische sportsnaam ooit nog seksuele aanleg wordt gecriminaliseerd, of huidskleur, DNA, geloof, IQ, internetgedrag, geslacht… Misschien komt er dan ook een einde aan de voor de gebruikers toch niet buitengewoon aantrekkelijke races in enge experimentele kortstondig succesvolle smartdrugs.

Om het protest tegen de verwerpelijke nieuwe wettelijke Russische maatregelen mild en vriendelijk te bevorderen wil ik élke mensenrechtenaanhangende Olympiëganger uit solidariteit vragen in het Olympisch dorp en tijdens alle feestelijkheden aldaar immer getooid te gaan met een regenboog.

Er is al een voorganger onder bijvoorbeeld de deelnemers uit Canada. Hij kiest voor een rainbowpin:  http://www.towleroad.com/2013/07/out-speed-skater-blake-skjellerup-plans-on-wearing-rainbow-pin-to-olympic-games-in-sochi.html,. Gelukkig zijn er al berichten van onder meer regenboognagels en zoenende vrouwen. De Amerikaanse journalist Jamie Kirchick heeft zich met zijn bretels en woorden heldhaftig gedragen op de Russische tv. En nu hulde aan de burgemeester van Amsterdam: Eberhard van der Laan. Hij droeg afgelopen zondag op het Museumplein bij de manifestatie To Russia with love óver zijn ambtsketen een niet mis te verstaan dubbel omgeslagen sautier in de kleuren van de regenboog.

Of speldt iedereen in februari 2014 in Sotsji een button, liefst een grote, met Pussy Riot op? Ook goed! Mijnheer Poetin zal de boodschap best begrijpen.

Meer over tooi en taal is te lezen in het proefschrift van Marjan Unger uit 2010: Sieraad  in context en in Read my pins van Madeleine Albright, voor sport is Lichamelijke oefening van Midas Dekkers aan te bevelen.

Henk Helmantel in het Rijksmuseum?

museum-expositie-vrouwen-van-de-revolutie-11[1]

Ljoebov Popova, 1920, Vrouwen van de revolutie, t/m 18 augustus 2013 in het Groninger Museum

Afgelopen weekend heb ik zowel het Drents Museum als het Groninger Museum bezocht. In Assen waren Russische realistische schilderijen te zien en in Groningen expressionistische en abstracte werken van Russische schilders, verrassend mooi en interessant werk in beide provinciehoofdsteden. In Assen was het zaterdagmiddag 18 mei 2013 druk en raakte ik buitengewoon opgewonden van het woest wijzende, veel te dicht voor de grote schilderijen poserende en flitsende publiek. Ongestoord kijken was er met de daaruit voortvloeiende bezorgdheid niet bij. Complimenten uitgedeeld aan de zaalwacht die nota bene een wild gesticulerende rondleider verzocht wat meer afstand tot de schilderijen te bewaren.

Een dag later in Groningen was het rustig en prettig kijken. Ik vraag me af hoe dat kan. Trekt abstract werk ander publiek dan realistisch? Of is het misschien een gender kwestie? In Assen hing voornamelijk propagandistisch werk van mannelijke hand, in Groningen waren de schilderijen van uitsluitend vrouwelijke makelij.

Als kijker zie ik objecten het liefst bloot, dat wil zeggen: niet achter glas. Als erfgoedbewaker echter heb ik publiek toegankelijke objecten het liefst achter kogelvrij glas, je weet nooit wat voor gekken voorbij komen in openbare instellingen. Ik geloof niet meer in (kunst)educatie en grote bezoekersaantallen; het zegt niets over kwaliteit. Groot publiek is schadelijk voor kunst.

Ten slotte vind ik het doodeng dat musea worden afgerekend op bezoekersaantallen. Krijgen we straks alleen nog realistische kunst voorgeschoteld? Henk Helmantel in het Rijksmuseum?

OB aan achteruitkijkspiegel HH DS 69, goede herinneringen aan een auto

foto's DAAN LM Italië 135

Foto DSK, één van de weinige keren dat ik een parkeerbriefje plaatste, Maastricht 2004

Wat heeft het mij gespeten hoe ik op een aprildag in 2008, 200 euro rijker, mijn geliefde Rover GTI met een rookwolk en bungelende tampon aan de achteruitkijkspiegel de Nickeriestraat de drempels over uit zag scheuren. Op naar een finale race: eerst de race en dan de sloop (er zijn mensen die dat voor hun lol doen en daartoe auto’s kopen, ik kan getuigen).

Italië, Hongarije en alles daarnaartoe heb ik met die fijne vierwieler in wisselend gezelschap doorkruist, ik was dol op die wagen, én het gezelschap. Soms reed ik tijden met een kinderzitje en dan trof ik een nieuwe accu, volle tank of een doos chocola op de achterbank. Delen is handig en leuk.

Een tampon was gauw aan de achteruitkijkspiegel geregen; ik heb een S hekel aan melige rommel aan achteruitkijkspiegels alsook aan het achterlijke taboe op menstruerende vrouwen.

Jarenlang heb ik gewerkt voor een bedrijf dat de horeca op NS stations exploiteert. Op een dag begin 2003 stelde mijn baas me op Amsterdam Zuid/WTC de vraag of ik een auto wilde. Ik begon alle nadelen op te noemen: duur, duur en duur en lastig parkeren in de stad, nee, niks voor mij. Maar wat nou als dat duur vervalt? Onwaarschijnlijk maar waar; de eerste twee jaar heb ik alleen benzine en een beetje onderhoud betaald; geen wegenbelasting of verzekering. Dat ging op kosten van de eigenaar -niet de baas- die er belang bij had vooral de verzekering op zijn naam aan te houden in verband met alcomobliteit. Zijn rijbewijs heeft hij niet meer teruggekregen. Na twee jaar heb ik de groene auto met brede banden en megainstallatie van de inmiddels bekende overgenomen. Zo kwam ik aan die auto.

HH DS 69, hoge hakken dikke snol soixanteneuf, was mijn eerste gedachte toen ik het nummerbord bekeek; makkelijk te onthouden. Wie weet kan ik de auto nog eten in een cornflake van Kellogg’s, met extra ijzer, dat zou me deugd doen, al is de herinnering ook zo al goed.

Hoed u voor de man met snor en koffer

9789066303416_adriaan_dortsman[1]

Al ruim tien jaar debiteert mijnheer Hans Tulleners (1949) in het Amsterdamse Stadsblad De Echo met enige regelmaat en de grootste stelligheid pertinente onwaarheden in zijn columns. Zo ook recent in zijn recensie van de publicatie Adriaan Dortsman 1635-1682: de ideale gracht van de hand van P.F. Vlaardingerbroek. Het is stuitend hoe de columnerende man met snor, vrijwel immer vergezeld van zijn wonderschone ecogelooide koffer van Fred de la Bretonière, zich blijft beroepen op publicaties uit zijn jeugd, alsof er nadien geen deugdelijk onderzoek heeft plaatsgevonden.

Vlaardingerbroek schrijft in zijn nieuwe publicatie het huis Herengracht 502 (de ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester) in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm toe aan Dortsman. Hierover wordt hij door Tulleners gekapitteld. Het huis stamt volgens de besnorde koffer dragende betweter uit het eind van de achttiende eeuw en zou zijn ontworpen door Abraham van der Hart.

Bij lezing van Tulleners’ woorden moet ik denken aan een langspeelplaat met kras waarin de naald blijft hangen en het geluid stottert. Telkens wanneer in een krant of boek wordt vermeld dat het huis van de burgemeester in de kern nog zeventiende-eeuws is, komt Tulleners als een trekpop in het geweer. Bijvoorbeeld in een ingezonden brief, nadat Het Parool had gemeld dat burgemeester Van der Laan en zijn gezin het “zeventiende-eeuwse huis” gingen betrekken. Het opgeheven vingertje van Tulleners – “het huis stamt uit 1791” – is des te pijnlijker omdat uit dendrochronologisch onderzoek is gebleken dat het historisch casco van het huis toch echt laat zeventiende-eeuws is. Het huis is dus aan het eind van de achttiende eeuw niet nieuw gebouwd, zoals Tulleners bij hoog en bij laag beweert, maar vérbouwd, geheel volgens het gangbare patroon aan de grachtengordel: vrijwel alle zeventiende-eeuwse grachtenhuizen zijn in de achttiende eeuw verbouwd en verfraaid.

Het is jammer dat Tulleners zo weinig oog heeft voor de verdiensten van deze publicatie van Vlaardingerbroek. Het is het eerste overzicht van het werk van de begaafde bouwmeester Adriaan Dortsman. Het staat vol gefundeerde observaties en is bovendien goed geschreven. Lezen dus, als je het echt wil weten.

Stop Stanley Bremer: geen experimenten met geliefd en publiek verzameld erfgoed!

2012 867

Guimaraes, Portugal

Rotterdam bevriest alle plannen rond verkoop van de Afrikacollectie nadat een Amsterdamse zakenman zijn plannen bekend heeft gemaakt in de hoofdstad een museum te stichten voor de onder meer door Rotterdamse burgers bijeengebrachte verzameling etnografica om zo het behoud van de stukken veilig te stellen. Mijn fantasie slaat op hol.

Afstoten of verkopen is zo onherroepelijk, daarom moet ik er weinig of zelfs niets van hebben. Als er ook nog veel geld bij komt kijken, 60 miljoen in dit geval, wantrouw ik de ontwikkelingen compleet. Er bestaat op het gebied van afstoting door middel van commerciële verkoop zo ver ik weet geen ‘good practice’, en daarom moeten mensen als Stanley Bremer van het Wereldmuseum in Rotterdam worden gestopt: geen experimenten met geliefd en publiek verzameld erfgoed!

Aan afstoting door middel van ruil met andere musea of overdracht aan wellicht geschiktere culturele openbare instellingen kleven minder bezwaren en is, in tegenstelling tot commerciële verkoop, zoals mijnheer Bremer beoogt, wat mij betreft wel bespreekbaar.

Kijk eens naar de prachtige opstelling van maskers en andere tribale objecten in het nieuwe museum in Guimaraes (Portugal) mede mogelijk gemaakt door de gelijknamige kunstenaar (José de Guimaraes) en begunstiger, waarom kan zoiets niet in Rotterdam?

Als mijnheer Bremer zulke goede connecties heeft in de kunsthandel (NRC 12 januari 2013, p. 24-25), laat hij alsjeblieft dan daar emplooi zoeken en van ons en mijn erfgoed afblijven. En mag ik aannemen trouwens dat mijnheer Bremer minder dan de Balkenendenorm verdient? Laten we hem anders éérst op de veiling gooien, ben benieuwd wat dat opbrengt.

Paulus de Postkabouter, goede herinneringen aan Delft

Legermseum aan de Korte Geer te Delft, 1989 – 2013

In 2004 werkte ik in Delft op een duistere zolder van het Legermuseum aan de registratie van diverse objecten uit de mediatheek. Vaak maakte ik ’s middags een lunchwandeltje om wat daglicht en buitenlucht te vangen. Met regelmaat trof ik Paul de postbode, destijds alom bekend in het centrum van de stad. Op plekken waar ik mij tegen betaling liet bedienen kreeg hij de koffie gratis geserveerd. Zijn voornaam, formaat en functie bezorgden hem de bijnaam Paulus de Postkabouter. Postbodes gingen toen gekleed in rood en taupe.

Inmiddels is de post enkele malen van naam veranderd. Zowel professioneel -ik ben registratrut- als persoonlijk heb ik een hekel aan naamsveranderingen. Professioneel zijn naamsveranderingen vaak ingewikkeld en lastig bij te houden, persoonlijk vind ik ze getuigen van identiteitscrises, die mijns inziens doorgaans niet met een naamsverandering zijn op te lossen.

Paulus de Postkabouter ging met pensioen, al was hij daarna nog even weer actief als postbode, vanwege rare regels binnen het bedrijf die zijn vervroegde pensioen saboteerden. Het leek hem niet te deren, zijn wijk evenmin.

Binnenkort vertrekt het Legermuseum uit Delft en gaat naar Soesterberg. Jammer, want het voormalige armamentarium aan de Korte Geer is een uitgelezen plek voor het Legermuseum. Het museum zat er pas vanaf 1989 en een betere locatie is in mijn ogen voor een Legermuseum niet denkbaar.

Red het DDR archief

Als puber droomde ik van een verblijf op het eiland Berlijn. David Bowie, de hel van Christiane F., het kwam me reuzespannend voor. Enigszins teleurgesteld door de onverwachte maar o zo mooie Wende zag ik mijn droom over een verblijf op dat eiland op het vasteland vervliegen.

De DDR is niet meer, gelukkig maar, maar de DDR mag niet worden vergeten. Daarom; red de archieven, houd ze toegankelijk! Schrijf voor behoud en toegankelijkheid een mail naar:  info@gfdg.org onder vermelding van je naam, functie en werkgever en de volgende leus: “Please keep the DDR archives accessible!”

Femme de la rue

In de schaduw van de lelijke arcades aan de Kinkerwinkelstraat liep ik naast mijn fiets

Tassies aan het stuur na bezoek aan de schoenlapper en de markt

in een meisjesachtige zomerjurk die ik nu niet meer zou durven dragen

Achter mij een opdringerige mannenstem

Van fietsen krijg je mooie benen

Als gebruikelijk deed ik of ik doof was

De door de zon verbrande rose man in korte blauwe sportbroek herhaalde zich

dichtbij

en met andere woorden

Lekkere benen schat

Eenmaal naast mij keek ik hem onnozel aan en zei beleefd vragend

I’m sorry?

Oh, it’s not important

was zijn plots vriendelijke antwoord en hij taaide af

Er bestaan niet minder winterse varianten op dit zich vrijwel overal voordoende irritante macho mannenfenomeen

Femme de la rue al gezien?

De trailer vind je hier: http://www.youtube.com/watch?v=ESdZDwcA5iM

Messen en auto’s

Vandaag op kantoor vroeg een collega om een mes. Ik realiseerde me dat ik een zakmes KL 86 in mijn tas had zitten (voor het geval van stokbrood met kaas of iets anders om te eten) en bood hem aan, het bleek het enige exemplaar voorhanden:

“Maak hem zelf maar open, ik wil mijn nagels er niet op breken. Enne, scherp is ie niet.”

Na gedane zaken kreeg ik het mes retour met dank alsook de mededeling dat bromsnor het mes bij een fouilleeractie kan vorderen en mij beboeten; ik mag met zo’n onschuldig mes (wapen!) niet op straat.

Veel nieuws de laatste tijd over (dodelijke) verkeersongelukken waarbij gemotoriseerde verkeersdeelnemers aangereden wandelende of fietsende slachtoffers laten liggen en doorrijden. Ik memoreer Floor van der Wal en recente anonieme slachtoffers, dood of levend.

Daarom dertig in de stad voor al het gemotoriseerd vervoer en strenge controle op snelheidsovertreders, zero-tolerance, wat mij betreft. Waarom niet op elk gemotoriseerd stuur de mededeling: UITERSTE VOORZICHTIGHEID GEBODEN, U BERIJDT EEN MOORDWAPEN?

Doornwrap

Doornwrap

Doornwrap

Op zoek naar tie-wraps (sjorbandjes) om kabels te binden ontstond het idee voor een collier. Door de gevonden tie-wraps onregelmatig te rijgen en een groot oog door een klein oog te halen (sluiting) was er in nog geen tien minuten een sieraad dat tijdens dracht veel spontane en positieve reacties heeft opgeroepen.

Het exemplaar op de foto werd de afgelopen weken in kunsthistorische kringen geassocieerd met de doornenkroon; vandaar de naam Doornwrap. Vanzelfsprekend zijn ook andere variaties mogelijk; denk bijvoorbeeld aan kleur en lengte.

De Doornwrap bestaat uit zwarte tie-wraps van 9.8 centimeter lang.

Tie-wraps zijn goedkoop, in vele kleuren en formaten verkrijgbaar en eenvoudig via internet te bestellen.

Copy paste, ruig rijgen en klaar.

Je kunt ook even kijken op: http://editor.wix.com/html/editor/web/renderer/render/document/1318bef3-fce6-da7d-6d25-0b9416c56f1d?metaSiteId=1318bef4-0195-6911-55be-f2367680bd87#

Niet harder dan dertig in Amsterdam

Niet alleen vanwege een grotere verkeersveiligheid is het verstandig alle Amsterdamse wegverkeer een maximumsnelheid van 30 km per uur toe te staan (met uitzondering van de ring en wegen die slechts voor doorgaand gemotoriseerd verkeer begaanbaar zijn); het scheelt ook een hoop herrie en stank. Al het gemotoriseerd verkeer (geel of blauw nummerbord) kan dan op de weg en het fietspad komt zo weer vrij en veilig voor fietsers. Wellicht kunnen daarmee ook de recent aangekondigde gemeentelijke bezuinigingen op het onderhoud aan onder meer verkeerslichten worden opgevangen. Vette boetes voor snelheidsovertreders uiteraard. Vast en zeker dat daarmee de doorstroming wordt bevorderd alsook de verkeersveiligheid. Tenslotte is tachtig op de ring (A 10) hard zat.